Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sche beurt had gekregen, eer die levende goederen aan boord kwamen. Op het Wad, jongens, echter kon 't al niet! En mevrouw, die om half acht al buiten met den Schipper stond te praten en 't weer, evenals de schipper, er heel goed voor vond, mevrouw riep door huis heen, zoodat alle meisjes 't hooren konden: „Wollen jurken aantrekken, meisjes, we gaan om iouur zeilen!" 't Duurde lang, eer de meisjes-stoet afkwam zakken. Maar toen leek 't wel een vlinderwolk, die neêr kwam strijken. De een was al luchtiger gekleed dan de ander, van die neteldoeksche en gaze vodjes, die ze vzomertoiletten" gelieven te noemen, van die tulle kleedjes, waar je de bloote armen en halzen door zag schijnen. En moet ik 't zeggen, of zal ik't zwijgen ? Zelfs de baker, onze lieve verstandige Saartje had een wit luchtig pakje aan, als een dik wit onweerskopje zag ze er uit, een van die wolken, die zich op een zomerschen achtermiddag wel eens aan den horizont samenpakken. De tweeling, Chrysanthème, Mia, Saartje, daar stoven ze binnen

Sluiten