Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en ze zagen er bekoorlijk en allerliefst uit. Maar eer ze nog hun lekker-opgetast ontbijtbordje bereikt hadden, eer ze zelfs een slok van de koudwordende thee hadden gedronken, klonk Mevrouw's stem: „Afgemarcheerd, en in wollen jurken terug." Ik moest haar gelijk geven, wat doe je nu met vijf vlindertjes in een vrachtboot op de Zuiderzee. Maar ik had toch meelij met ze! Ze waren zoo blij en zoo ijdel en ze hadden zoo hun best gedaan, om zich op te dirken! Terugkwamen ze, maar hoe! Als in den rouw over hun vervlogen droomen, sloopen| ze naar hun plaats. Lange lijzige jurken, met uitgegroeide mouwen, lage boordjes, zonder een zweem van wit, noch van kraagje aan den hals, noch van manchetten aan de polsen! Als sombere Parzen, die 't Noodlot zouden, voorspellen, slopen ze zwijgend om de ontbijttafel naar hun plaats heen. Mevrouw zat te schudden van 't lachen, Kareltje kikkerde, en de Baron hikte en verslikte zich, ik kon me ook niet goed houden. De kleêren maken den man! daareven: een

Sluiten