Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

paar latjes gelegd, om er niet al te gauw af te glijden en we hadden dus als zitplaats een stuk luik tusschen twee latten en een lager geplaatst latje als voetenbank. Als 't schip helde, dan schoven onze latjes onder ons naar beneden en dan duwden wij met ons tienen tegen het boord om in de houding te blijven. Want één ding had de schipper van te voren gezegd: „ 't Kan me niet schelen, hoeveel kinderen er meegaan, maar ze motten zitten blieven." Chrysanthème had zich een mooi plaatsje veroverd; die lag iets hooger op, met haar voeten tegen onze zit-lat en haar hoofd en rug gesteund op een stootkussen van touw; ze beweerde dat 't z^cht was, als grootmoeders oude canapé, maar dat werd betwijfeld.

De bemanning bestond uit den schipper, die heel den tocht aan 't roer zat, en onafgebroken bevelen uitschreeuwde, Piet, welzeker onze eigen overbuurman Piet; den jongen smid, die tijdens de mobilisatie schippersknecht speelde en een bootsjongen Jacob, die als mond een scheur had van 't eene oor tot het andere. Jé, wat. ging

Sluiten