Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat er van door. Kiek we loopen geliek met den motoor," (nadruk op de laatste lettergreep) zei Piet en werkelijk scheen het, of wij gelijk op zouden blijven koersen. Maar weldra verminderde onze vaart, of was het dat de „motoor" meer kracht ontwikkelde? Piet bromde zooiets van: „We zouen geliek geloopen hebben, als niet

Ja juist, Piet, dat was 't „als niet." Wanneer dat niet bestond in de wereld, dan zou 't er gauw een boel gunstiger uitzien voor menigeen.

Wij zeilden „lekkertjes voor den wind, voor den wind," zooals Wagenaar zingt en we laveerden tegen wind op, al naar 't den schipper in den zin kwam. Dan-riep hij met vervaarlijk geluid: „Koppen neer" en dan bogen wij ons achterover en lagen plat op 't luik, tot het zeil met een stevigen ruk over onze hoofden flapte naar den overkant en we opeens overstag gingen, zoodat we in een allervreemdste houding kwamen te liggen. „Piet, moet je een reep kwatta?" vroeg er een, die zijn eigen noodrantsoen, kadetje met chocolade, al aangesproken had. „Lust geen

Sluiten