Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vak versta je meesterlijk, maar ook kun je — als het moet, goed letten op de bevelen van den schipper en goed werken, want al dien tijd, dat we aan boord waren, hebben die twee bootslui zich kranig geweerd.

Wel menigmaal kregen we het witte schuim als poeder over onze hoofden heengestoven en Wim riep lachend: „Ik zit bij den kapper, ik word bespoten met zoo'n spuitje!"

Ja, Wim, maar dit spuitje gaf onvervalschte waar, echt natuurlijk zeewater, dat je opfrischte en onder welk badje monter te voorschijn kwam.

„Kiek, een onderzeeër!" riep Piet onder de bedrijven van sjorren en opwinden en zeil vastmaken door. „Waar, waar," riep de baron, „o, berg je leven, hij zal schieten. Mij ziet hij 't eerst, met mijn roode broek aan!" Het was slechts een zeehond en een vaste grap van Piet, als hij met badgasten uit zeilen was.

„Nou," vroeg hij .onschuldig, „is dat dan soms geen onderzeeër, hij kent 't beter dan een van die Duitschers hoor."

Sluiten