Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bijsleurden. „Leg dat rooster, jong," zei de schipper tegen Jacob. 't Rooster, zoo'n houten mat met gaatjes, werd hoog opgezet tegen boord en de haak, die op een schip overal goed voor is, net als bij ons, dames, een haarspeld, de haak werd als leuning, vastgehouden aan de uiteinden door Piet en Jacob beide. Toen een stevige handdruk van den schipper als steun en stut op je aardsche pad en daar stonden we op den steiger. Meen echter niet dat die steiger, evenals twee uur geleden, droog was. O jé nee! de golven sloegen er over. Kareltje hield mij stevig vast, de tweeling, ach die heldenfiguren, de tweeling klampte Trientje beet en de Baron liep schoorvoetend vlak naast Mia. We werden goed nat; de voeten, onze laarzen en kousen, kletsnat en de rest van onze kleeren voor zoover elke nijdige golf, die oversloeg, ons kon raken.

Net als een woedende straatjongen, die zijn aanrander heeft „onder" gekregen en hem een klap geeft met een heimelijke vreugde en dan zegt: „Daar heb je er een en nog een." Zoo

Sluiten