Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Binnen was Madame Chrysanthème nog bezig de laatste hand te leggen aan haar stadskleeding, haar voile bleek verkreukeld, haar handschoenen getornd. Onderwijl gaf zij haar oogjes de kost, en keek wat ze kijken kon, alle kamers van de Villa nog eens tot afscheid door. Badend in den zonneschijn met den steeds-om-een-hoekje-loerenden Noordenwind in nek en rug, juist genoeg om je aangenaam koel te houden en niet te laten aanbranden, zaten wij, tot de wijzers van den torenklok, die wonder boven wonder, na drie weken pal op de plaats rust te hebben gehouden, weer aan 't wandelen over de wijzerplaat waren gegaan, den tijd van vertrek aanwezen. „Kom meisje" riepen we. „We gaan weg, we gaan weg, Chrysanthème, waar zit je toch zoo lang?" „Ik wou nog een elastiekje van mijn hoed tornen, dat staat zoo gek aan wal" zei Chrysanthème en nu werd haar verzocht, haast te maken en haar ijdelheid tot later te bewaren. De een droeg haar paraplu, de ander haar stormhoed, de derde haar reistasch, de vierde 't on-

Sluiten