Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

't zestal welgemoed zeewaarts. Mevrouw sliep nog, en gelukkig Kareltje en de Baron ook, en daar Trientje en ik nu toch eenmaal zoo vroeg waren, deden we onze huishoudelijke plichten af, zorgden voor slaapkamers en het middageten en maakten we een plannetje dat Trientje met de twee kleintjes naar het strand zou gaan, zoodra zij klaar was, met boterhammen op zak, om er den heelen dag te blijven en aan de groote vesting te werken, die Kareltje uit angst voor wegspoelen, zoover naar 't duin had begonnen, dat slechts een springvloed haar zou kunnen bereiken. Dat was iets voor onze jongens! De Baron juichte al onder 't aankleeden en had visioenen van ettelijke glazen limonade, terwijl Kareltje het meer hield op melk. Trientje lachte en schoof vele, vele boterhammen in haar taschje, want ze kende de snaken wel; aan de vesting zouden ze wel graven, maar eten zouden ze nog veel meer, en daar ze alle drie wilden baden, zou de etenstrek zich meer dan ooit doen gevoelen.

Sluiten