Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

huiverende kudde schapen angstig bijeen. „Moeten we vannacht hier blijven, Juf?" vroeg er een en 't leek me dat ze schreide. „Wel nee, kind, wees wijzer, 't is nog niet eens twaalf uur; we zullen best thuis komen, hoor." Maar ik was er zoo sekuur niet op, pakte zelve een lampion en ging aan den zoek naar het reddende hekje. Immers in pikdonker over prikkeldraad klimmen, is slechts in de uiterste noodzakelijkheid aan te bevelen! „Middernacht," galmde Wim, „ik zie een spook." Werkelijk porde hij met een stok op een dik, log lichaam. Dat loeide terug en bleek een koe te zijn. Wat waren onze meisjes bang, 't huilen stond ze nader dan 't lachen!

„Hier is 't hek," riep ik eindelijk. „Komt nu allen gauw hier en dan weer met fiinken pas vooruit." Zoo gezegd zoo gedaan, de stoet vormde zich en vport ging het in de natte pap, die zich koud en klam om onze leden sloot.

„Nou, das me ook een tocht, ik wou da'k in mijn bed lag," bromde Trientje, die over haar slaap heen was en daardoor erg uit haar humeur.

Sluiten