Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

deeling is de wandeling naar 't aanleghoofd het glanspunt, 't hoofdnummer!

Terwijl ik zoo voortpeinsde, gleed de motor aan en begroette ik mijn neef en nicht die in hun schik waren een wegwijzer te hebben. Want wel waren ze een „verdek"») te wachten uit Hollum, maar op den steiger bevond zich alleen een boerekar zonder paarden (die waren er nog niet) van 't veer, de „Van Gend en Loosdienst", zal ik maar zeggen. Ik ried hun aan, op te wandelen, en dat deden we dan ook, tevergeefs uitkijkend naar iemand, die genegen was eenige pakken te helpen dragen. Jongetjes genoeg „maar te klein en te Zondags" vond mijn neef, en hij verkoos dus zelf met de valiezen te slepen, 't geen niet meevalt, eerst langs den steiger, dan langs den eenigen steenen weg, dan langs 't planken paadje naar „Hotel Hofker," waar we 't verdek zagen staan. „Waarom kwam je niet tot aan den steiger met je rijtuig?" vroeg mijn neef. „Ja da' weet ik niet, we doen 't

i) Nette boerekar voor kerk en visite te gebruiken.

Sluiten