Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verdienen voor u en voor uwen geëmploieerde. Ik heb u geantwoord: De koop- is gesloten. We behoeven daarop dus niet meer terug te komen. Dit nu vastgesteld zijnde, is er evenwel niets meer, dat me belet ronduit te spreken.

Sullivan onderdrukte een glimlach.

Laat me in uw hart lezen, mijn waarde

Francis het zal mij aangenaam zijn, te

mogen weten wat dit inhoudt.

Welnu, dan kom ik ermee voor den draad. In de 16e eeuw, zooals het heet, ik bedoel, zooals in de wereldgeschiedenis staat opgeteekend, deden, de Spanjaarden, aangevoerd door Pizarro, Cortez en andere veroveraars, (conquistadores) een inval in Zuid-Amerika. Zij troffen in Mexico de Azteken, in Peru de Inca's, twee Indiaansche volken van hóoge beschaving, wier gezag zich uitstrekte over een aanzienlijk gedeelte van het tegenwoordig Brazilië, Columbia, Ecuador, Bolivia, Chili, La Plata en wier naam door alle roode volksstammen van het vaste land werd geëerd en ontzien.

Zeer juist Het verheugt mij, te mogen opmerken, dat de behendige jager, Francis Gairon, met zooveel historische kennis is bedeeld.

De Canadees hield zich, alsof hij de duidelijke ironie, die in de woorden van den Yankee lag opgesloten, niet begreep.

Men dient te weten, wat de voorouders dezer landen hebben verricht, om hen te kunnen hoogachten en liefhebben.

Oh! riep Sullivan schamper je zult dien titel toch niet aan de Indianen toekennen, geloof ik?

U, meneer Sullivan, u doet als alle heeren van het Angel-Saksische ras, u veracht de

'Heden, die men kleurlingen noemt, dat weet ik. Wij, Canadeezen. wij komen er rond voor uit en gaan er fier op, de afstammelingen te zijn der Roodhuiden van Noord-Amerika en der Framsche Normandiërs. Niets wat Franschen of Indianen betreft Iaat ons koud. En

- wat u overigens verontrust, mag ik het zeggen? — dat zijn de overleveringen der In-

■ diaansche stammen.

De Yankee blies, met een verachtelijk gebaar tevens der rechterhand, zijn wangen op.

Op het oogenblik van de Spaansch-Portugeesche verovering waren de Azteken en Inca's besloten, zich in een bondgenootschap te vereenigen en onder één opperbevel alle roode krijgers te scharen, vanaf de bronnen van de Rio Grande del Norte tot Kaap Horn. Welnu, op dezelfde wijze als de Saksische Noord-Amerikanen zich gegroepeerd hebben in een ontzagwekkenden bundel, die de Vereenigde Staten wórdt genoemd, zoo denken thans de Indiaansche Spanjaarden van Latijnschen oorsprong, in Zuid-Amerika de machtige confederatie tot stand te brengen, waarvan de inboorlingen van weleer hebben gedroomd, en dat komt mij zeer billijk, zeer rechtvaardig voor. jawel jawel mompelde Sullivan...

dat zal den Yankees niet ten goede komen. Op het oogenblik oefenen wij de heerschappij uit

over igeheel Amerika dat zal niet meer

zoo zijn, als het Zuiden zich in Staten vereenigt.

Dus uitsluitend uit eigenbelang, tracht ge dit te beletten.

Ik zal u, antwoordde de Amerikaan, op mijn beurt ronduit zeggen waarop het staat. Welnu uit eigenbelang en uit vaderlandsliefde — ja. En ik veracht al de gachupinos l) van het Zuiden, en. meer dan alle anderen, die Dolora Pacheco, de Mestiza, zooals ze haar noemen, die alle hoofden op hol brengt, om ertoe te geraken dat het Inca-Aztek halssnoer worde teruggevonden ja, dat halssnoer, met de zes bellen van lapis lazuli, de zes oorhangers van opaal, bij het zien waarvan alle Indios zich zullen Scharen onder eenzelfde banier. De duivel draaie die Mestiza den nek om en ook de belachelijke club waarvan ze voorzitster is De Club van den

nuttigen Zelfmoord.

A1I right! mompelde de geëmploieerde.

Je schijnt er over te denken als ik, Bell! riep Sullivan met een goedkeurend' gebaar.... Als we in het hotel terugkomen, zal ik je tien dollars uitbetalen. Z,ulke gevoelens van een Noord-Amerikaan moet men aanmoedigen.

De bediende wilde bedanken, de tijd werd herh niet gegund. Er ontstond een beweging onder de menigte, die een dol geschreeuw aanhief:

Evviva la Mestiza!

Dc massa nieuwsgierigen bij het portiek der kathedraal verzameld» maakte eensklaps ruim baan, om doortocht te verleenen aan "een jonge vrouw, die op een schimmel gezeten, langzaam in de richting van het heiligdom voortstapte.

Tenger en rijzig, met gebronsde, men zou zeggen gouden gelaatstint, fluweelzachte oogen, waarin wilskracht lag opgesloten, was zij een aanbiddelijke schoonheid. Alles in haar wezen verried inwendige geestvervoering, de op elkaar geklemde kersroode lippen, het trillen harer fijne neusvleugels, de nauwelijks merkbare rimpel in haar peinzend voorhoofd.

Als een vreemde bizonderheid mogen we vermelden: een bouquet van groene, gele en roode immortellen in haar keurslijf; in haar zwarten haartooi, die in den vorm van een helm was opgemaakt, zag men, sierlijk gerangschikt, een bundel van dezelfde bloemen.

Daar heb je die vervloekte! bromde Sullivan.

Francis Oairon sloeg de oogen neer; een lichte blos kleurde zijn door den wind der prairieën verweerd gelaat, en hij murmelde onverstaanbaar voor den Amerikaan:

Zij is een afgezante van den hemel! De Jeanne d'Arc van de Franschen moet er zoo hebben uitgezien.

1) Gachupinos, een scheldnaam, weleer voor de Spanjaarden, thans voor de geheele bevolking van Zuid* Amerika.

Sluiten