Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heilig is. levend of dood, zult ge het sieraad van mij ontvangen, ik denk eerder, dat het door jiiija dood in uw bezit zal komen, want het leven is mij wel het vervelendst van mijn arbeid.

Het vuur waarmede dit zuidelijk kind van het groote Frankrijk sprak, maakte een gunstigen Indruk op de Creolen en Mulatten, als menschen, die gemakkelijk in geestdrift ontsteken en verzot zijn op opgeschroefde redeneerkunst. Alleen de Indianen, met hun droefgeestigeii aard, beschouwden met bewondering den man, die over den dood sprak, als een voor hem welkome vriend.

Scipio Massilia evenwel vervolgde zijn toespraak:

Waaróm ik sterven wil — dat kan u interesseeren, niet waar? Goed. ik zal het

u zeggen. Ik zoek den dood, om reden ik door overmaat van geluk, dat mij ten deel valt, mij als de ongelukkigste beschouw onder het menschdom. Alles loopt mij mee

Een wensch! Rrr! hij is vervuld, en dat vind

ik vervelend! Ik drijf handel met Bar-

barije, de westkust van Afrika, Madagascar, Indo-China.... ik-•bemoei er me niet meê. Den geheelen dag flaneer ik over de Cane-

bière1), de handen in de zakken Welnu,

geen van mijn schepen krijgt ooit averij, geen baal mijner goederen een scheur, geen mijner debiteuren gaat failliet Ik verdien te

veel geld Dat verveelt me! Als ik zeg,

dat een meisje mooi is, vraagt mama me ten huwelijk voor haar dochter. Dat is me op eenzelfden feestavond wel vijftienmaal gebeurd en dat is nog vervelender. Aangezien ik alle dames niet kan trouwen — de Europeesche wetten laten dit niet toe — blijf ik vrijgezel ,en dat verveelt me ook. Nu zult ge mijn voorliefde voor zelfmoord wel 'hebben begrepen. Meer heb ik niet te zeggen. Morgen ga ik op jacht, om te zien of ik het „Eendrachtshalssnoer" kan vermeesteren voor het schoone verbond.

Te midden der toejuichende menigte zag men den Canadees Francis Gairon als in een steenen standbeeld gemetamorphoseerd. Zijn oogen dwaalden met droevige verbazing van Dolora naar Scipio Massilia. Hoe kwam de Mexicaansche Maagd ertoe, dazen onbekenden vreemdeling, die de welbespraaktheid bezat van een handelsreiziger, te vereenzelvigen met haar schitterend droombeeld: de ZuidAmerikaansche Unie?

Een hand werd op zijn schouder gelegd. Hij sidderde. Het was Sullivan de Noord-Amerikaan:

Kom, Francis. Ik herken dien Franschman. Hij is evenals wij afgestapt aan het Iturbide hotel, ik geloof, dat de dood, dien hij zoekt, hem binnen Mexico wacht.

II.

DRIE KARABIJNEN.

Het Iturbide hotel, de prachtigste inrichting van dien aard, in de hoofdstad Mexico, is het aloud paleis van keizer Iturbide, die in

l) Vermaarde boulevard te Marseille.

1824 werd gefusileerd. Wij mogen ai een merkwaardige bizonderheid in het voorbijgaan aanstippen iets, dat wel een eigenaardig licht werpt op de Mexicaansche toestanden', het feit namelijk, dat dit CentraalAmerikaansche rijk, alvorens tot zijn tegenwoordige stabiliteit onder president Porforio Diaz te geraken, in een tijdperk van achtenveertig jaren slechts tweehonderdvijfenvijftig revoluties heeft beleefd.

Op het patio (binnenplein) waren drie personen om een tafeltje gezeten, onder het genot eener melkachtige vloeistof, pulco genaamd, het gegiste sap van de aloe-plant.

De twee eersten, de Amerikaan Joe Sullivan en de Canadees Francis Gairon, ondervraagden een derde, van zuiver Mexicaansch ras, met gele huid, zwarte bakkebaarden en sombere oogen. De man was gekleed in het nationaal charro kostuum, een open mouwvest, van onderen wijd uitloopende pantalon, met zilveren knoopen bezet, op het hoofd een sombrero, waarvan de stof en de gouden kwasten zijn hoogen stand aanduidden in de Mexicaansche maatschappij.

De drager van dit hoofddeksel was de senator van den bondsstaat Mexico, Bartolomeó Villagran.

Dus züt gij, doorluchtig senator, zei Joe Sullivan, de voogd der Senora Dolóra Pacheco?

Haar zeer toegenegen voogd, ja, senor.

En dat... toch zonder haar familie te kennen?

Zonder ooit een levende ziel harer maagschap te hebben gezien. En dit is, zooals ik u zooeven deed opmerken, ook een zeer natuurlijke zaak. Een mijner Iandgenooten, die naar Peru (Lima) vertrokken is, schreef mij op zekeren dag — het zal zoowat achttien maanden zijn geleden —: „Mijn waarde Bartolomeó Villagran, ik weet, dat de fortuin u weinig heeft begunstigd. Welnu, een onmetelijk rijk, jong Peruaansch meisje, want ze bezit goud- en diamantmijnen in de Montana (boschrijke streek in Peru) wenscht zich in Mexico metterwoon te vestigen. Jong *n schoon, dient senora Dolora Pacheco onder de hoede te zijn van een caballero, die in staat is haar te beschermen. Wilt gij als zoodanig optreden? De piasters zullen u toevloeien, zonder te rekenen, dat uw pupil een der aanbiddelijkste wezens is, die men op aarde kan ontmoeten." En zie, een- dienst te kunnen bewijzen, is iets vleiends voor een galant man ik heb het aanbod aanvaard.

O, Zuidelijk land! riep Sullivan met geveinsde bewondering, land van toewijding en ridderlijkheid! Zulk een avontuur zou in ons kille Noorden een onmogelijkheid schijnen!

Maar van toon veranderend:

En u hebt de oprichting bijgewoond van de Club hoe heet ze ook weer ?

Van den nuttigen Zelfmoord, vulde Villagran aan. Ik ben daarvan scribano (secretaris) op een tractement van tienduizend piasters.

Natuurlijk keurt ge alles goed wat uw..., pupil daar verrichn'

Sluiten