Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een eenvoudige Carthager, tegenwoordig zou

men zeggen Tunesiër Misschien had een

Marseillaan weerstand geboden aan de verzoeking, maar zeker is het niet.

Viva el senor Massillia! brulde het volk, onderwijl zij hem op den grond plaatsten.

Ja, ia, mijn schapen, hernam Scipio, viva Massilia! Je kunt al geen betere toejuiching verzinnen. Je wilt, dat ik leve. Ik verlang niets minder dan dat. Maar om te kunnen leven-, moet men eten en ook slapen. Daarom zal ik gaan dineeren en vervolgens wat gaan rusten, want morgen begin ik een bestaan te leiden vol gevaren en vermoeienissen, waaraan ik me met genoegen voor u zal wijden. Gaat nu naar huis, legt uwe kinderen 'te bed en gunt u zeiven rust. Goeden nacht, bekommer u njjet meer om het Noorden, dat hebben we in onzen zak, met een neusdoek er bovenop.

En d;e menigte groetend met een breed gebaar, alsof hij den hemel wilde schoonvegen, wandelde Scipio met majestueuzen tred de vestibule in, terwiji bet volk, tot toppunt van geestdrift geraakt, voortging met hoera! vivat! en bravo! te roepen.

'De Marseillaan' had het hart der Mexicanen gestolen. Als afstammeling dier kooplieden, wier schepen de zeeën doorkruisen, was hij het type van den zoon van Zuidelijk Frankrijk. Opvliegend als een kalkoensche haan, maar goed als de goedheid1 zelve, bluffend en oprecht; wuft en vasthoudend; opsnijder, maar een moedig man; met een stortvloed van woorden, die zijn gedachten steeds vooruitliepen, maar ook veel daden verrichtend, die in volkomen disharmonie waren met zijn woorden'; godloochenaar en geloovige; zich warm makend over een nietigheid, maar bedarehkl bij het vernemen van een vroolijk wijsje; tranen stortend en lachend op hetzelfde oogenblik: het leven kortom beschouwend ait een groot 'marionettenspel, waarvan het einde toch altijd is een algemeene losbarsting van yroolijkheid1, — dit was het beeld van Scipio Massilia, dien men moest liefhebben om zijn hoedanigheden' en beklagen om zijn gebreken.

En op dit uur, bedwelmd door een dag van triomf, verdoofd door het gejuich der menigte, schor geworden door zijn toespraken, trad hij met een fier zelfbewustzijn voort, terwijl hij in stilte nog het woord richtte tot een onzichtbare menigte, die in zijn verbeelding zich had gegroepeerd om zijn persoon.

Zoo met levendige gebaren een alleenspraak houdend, was hij aan de trap gekomen, die naar zijn kamer leidde. Op het onverwachts stiet hij tegen een man, die op een der treden stond. De mantel van dit individu, die hem zeker los om de leden hing, gleed af. en de eigenaar, den Marseillaan flink, in het gezicht ziende, snauwde hem toe:

Lomperd, raap dit op, én heel gauw ook!'

Het was Peter, de geëmpIoieerde.

Op dit brutaal bevel, dat hem te midden zijner droomen van roem en eer zoo onver¬

hoeds op het lijf viel, bleef Scipio een seconde als verbluft den spreker aanstaren:

Wat beduidt dit? stamelde hij. Quesaco?

Je taal doet me denken aan een papegaai, zei Peter onvervaard, maar als je meent er zoo je af 'te maken, dan heb je 't mis hoor! Raap op, zeg ik je, of je krijgt een opstop* per!

Massilia aarzelde. Ik behoor tot de onafhankelijken, mompelde hij, ik moet me niet met particuliere twisten inlaten.

Kom, haast je wat! riep Peter, die de

besluiteloosheid van Scipio voor lafheid aanzag; kom, gauw wat. of je zult ondervinden hoe zwaar de vuist weegt van 'een NoordAmerikaan.

Noord-Amerikaan? herhaalde Massilia;

Waarom me dat niet dadelijk gezegd

Ik trek op tegen, het Noorden.-... een man van het Noorden wel, dat is mijn richting.

Raap op!

Scipio proestte van het 'lachen. Tast eens in at je zakken, mijn waarde, zoek eens goed, en zie eens of je daar een Marseillaan vindt, die iets opraapt op bevel.

Hij had nog niet uitgesproken, of de vuist van den jager daalde met bliksemsnelheid neer, maar even snel als het weerlicht pareerde de Marseillaan, en met medelijdende goedmoedigheid zei hij:

Je hebt geprobeerd klappen uit te deelen.... je zult de eerste Noordelijke zijn, die in het zand bijt.

Een tweegevecht?

Ja, zoo'n duelletje, mijn waarde.

Met de karabijn'?

^Met een kanon, .als je wilt.

Morgen vroeg? | Morgen?

Scipio krabde zich achter de ooren

Morgen moet ik met den trein van zeven op reis.... nu goed, als het je convenieert om zes uur te vechten.

Afgesproken! Plaats van samenkomst het CasitiMo en Chapultepec.

Accoord!

De Marseillaan ging de trap op. Op de eerste verdieping stond hij van aangezicht tot aangezicht voor Francis Gairon, die iemand soheen te wachten. De Canadees groette. Scipio reciproceerde de beleefdheid'.

Pardon, Meneer, als ik u even staande houd, zei Francis op allerrninzaamsten toon, maar ik meen zoo even gehoord te hebben, dat u de verklaarde vijand zijt van NoordAmerikanen. Ik heb mij zeker vergist?

Terstond ging Massiria, als een geprikkeld "ros, op zijn achterste pooten staan. Hij was . nu eenmaal in het vuur. Al reeds een duel op zijn rekening hebbend, wat kon het hem schelen of er nog een bijkwam!

Neen, Meneer, u vergist zich niet, luidde zijn antwoord, ik verafschuw de Noordelijken. Dit bevalt u zeker niet?

Volstrekt niet

U verlangt misschien een ontmoeting?

Sluiten