Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hacendado sidderde.

Gij zijt ongerust, donna Pacheco?

Ja, zei ze. Om het Congres van alle ZuidAmerikaansche republieken bijeen te roepen, heb ik het doel moeten bekend maken. De Noordelijken zijn' ervan onderricht, en de burgers der Vereenigde Staten zijn geen lieden die sflteitten, wanneer hun belang op het spel staat.

Waarvoor zijt ge dan bevreesd?

Voor alles. Weet ge wel, senor Rosales^ dat het moeilijk was, iemand te vinden, die beter aan de eischen beantwoordde om eene zending op zich te nemen, aan het einde waarvan men slechts den dood te gemoet gaat?

Dat erken ik gaarne." En verbaasd sta ik, dat gij, een jong meisje, een kind, nog kortelings geleden» alles hebt overwogen wat mij op vijftigjarigen leeftijd in de gedachten is gekomen.

Ik geloof mijne maatregelen behoorlijk te hebben genomen. Daar het geheim van het doel der reis niet kon bewaard blijven, moest men trachten hèn op een dwaalspoor te brengen wier eigenbelang ons hunne vijandschap op den hals haalt. Ik heb senor Scipio derhalve gelast, zich per spoortrein te begeven naar Chihuahua. Daar zouden twee mijner Indios Mayos, voormalige geëmigreerden uit Peru, die zich aan de oevers der Golf van Californië hebben gevestigd, hem met paarden opwachten, om hem, met verberging van hun spoor, te geleiden door de Siërra de Ia Mostenas en de Ilano de los Christtahös. De af te leggen afstand be-; draagt ongeveer vierhonderd kilometers. Waarom zijn ze nog niet-aangekomen?

De Ilano is vaak onbegaanbaar. Men moet dan een omweg maken...-.

Die mogelijkheid heb ik ook voorzien

Maar een maand, denk eens aan, een maand!

Fabian wilde haar geruststellen, maar zijn aandacht werd afgeleid door een ruiter, die in vliegenden galop op hem kwam aanrijden.

Er zal zich een gast gemeld hébben aan de haciënda. Ik herken Guerrero, een mijner veehoeders. ' Ah! als het Massilia ware!

Dat zullen we aanstonds weten'.

Senor padrone, er zijn vreemdelingen aangekomen, die voedsel en nachtlogies vragen, zei Guerrero.

Wie zijn ze? vraagde Dolora levendig.

De een is een Fransene senor Hij

noemt zich Chapultepec.

Neen! riep Dolora teleurgesteld, hij is het weer niet. Het hoofd latende zakken, gaf zij aan hare moedelooze gedachten den vrijen loop en scheen ze in het onderhoud geen verder belang te stellen.

Onderweg naar de haciënda ondervroeg Rosales den vaguero:

Chapultepec, mijn brave Guerrero, is een Mexcaansche benaming, je hebt zeker verkeerd verstaan.

Neen, neen, senor, hernam de grijsaard. De caballero heeft me gezegd: Ik geef je de vertaling van mijn naam.

De vertaling Dan zou die reiziger

„Krekel" moeten heeten. Maar heb je me niet gesproken van meer dan één gast?"

Ja, senor, er zijn nog twee jagers bij" hem.

Goed zoo, goed zoo.

Zijn paard aanzettend, om de Mestiza in te halen, ging het in gestrekten draf naar de haciënda, waar zij de drie reizigers aantroffen, door Guerrero aangeduid. Om een tafel waren de vreemdelingen gezeten met behulp van een rietje een frisschen drank opzuigend, hun volgens Mexicaansch gebruik terstond bij hun aankomst door de bedienden voorgezet.

Gasten zijn mij steeds welkom, zei de hacendado, ik beschouw hen als een zegen des hemels en stel er eene eer in hen te mogen ontvangen. v

De bezoekers waren onmiddellijk opgestaan. Twee hunner waren reuzen, en zoo hun kleederdracht niet voldoende geweest ware om hun beroep aan te duiden, hun karabijnen met koperslag zouden hen als jagers deT prairieën hebben doen kennen. De derde was een schraal jonkman van middelbare gestalte, met lachende, schrandere oogen, Ietwat grooten mond, met bruinen knevel, en scheen nauwelijks twintig jaren te tellen. Hij droeg een linnen kostuum, en aan zijn lederen gordelriem droeg hij een koppel pistolen.

Hij was het, die de gastvrije woorden van den hacendado beantwoordde:

Senor, geheel Texas is in gisting. Van San Franoisco naar New-Orieans gaande, heb ik mij te fort Davis moeten ophouden, daar de spoorlijnen op verscheidene honderden kïlometers zijn opgebroken. Verlangend niettemin om New-Órleans te bereiken en mij daar in te schepen, heb ik met deze jagers een afspraak gemaakt om mij te vergezellen. Zij zullen mij naar het Zuidwesten begeleiden, naar Pieda Negras, waar ik de Mexicaansche HJta van Mapimi naar fort San Antondo denk te halen. Ik zou hun het woord hebben gelaten, in repliek op uw welkomstgroet, zoo zij mij niet hadden verzekerd, dat u Franschman zijt als ik.

Fabian Rosales stak den. jonkman de hand toe. Als Franschman zijt ge ,me dubbel wé!-* kom.

Dank u, senor. Mijn naam is Krekel. Omstandigheden, wier samenloop te langdradig zijn zou, om u in bizonderheden mede te deelen, noopten mij deel tè nemen aan den jongsten veldtocht der Europeesch verbonden legers in China. Na afloop van den oorlog besloot prins Rundjee, een groot geleerde en niet minder groot van hart, een Hindoe van afkomst en door haat jegens Engeland in Russischen dienst verbonden, een wijle te vertoeiven in het Noorden van het Hemelsche Rijk, met zijn echtgenoote prinses <

Sluiten