Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het boschje, waar Joe Sullivan en diens gezellen den nacht hadden doorgebracht, lag in de onmiddellijke nabijheid der haciënda.

Massilia wees het met den vinger aan, en zei:

Moeten we daar onze zaak uitvechten?

Ja, antwoordde Sullivan. Komt de plaats ie slecht gekozen voor?

Dat niet, maar ze is te dicht bij de woning van mijn gastheer; ze zullen de schoten hooren en ons hinderen in de sport.

Neen, daarvoor is gezorgd. Ik weet er een perfect middeltje op. dat ze er volstrekt niet zullen achter komen wat hier gaande is. 1

En waarin bestaat dat kunstje, als ik weten mag?

Een raadselachtige grijns krulde de lippen van den Yankee. -Met een boosaardigen glimlach zei hij:

Dat is het ei van Cölumbus. Als ik het je nu zou zeggen, was het niet interessant meer. We zijn nu ter plaatse. Let op: Ik snij dit takje af. Ik neem het in mijn rechterhand. Ik strek den arm uit ik beschrijf drie kringen in de lucht, en ik zeg: Vooruit!

De laatste lettergreep was nauwelijks uitgesproken, of een aantal mannen, gekleed in het jagerkostuum der prairieën. sprongen uit het omliggend struikgewas te voorschijn. Voordat de overblufte Scipio Massilia een gebaar kon maken, of eenig geluid geven, was hij gegrepen, gebonden en had men hem een prop in den mond gestopt.

Dat is het kunstje, senor, zei Joe Sullivan, zich vóór zijn slachtoffer plaatsend. De bewoners der haciënda zullen geen enkel schot hooren. En tot zijn ondergeschikten zich wéndend, commandeerde de Yankee:

Voorwaarts! Op marsch!

Men sleepte den Marseillaan naar het uiteinde van het bosch. Daar wachtten hen paarden, onder bewaking van twee individu's, die hetzelfde kostuum droegen als de overigen.

De gevangene werd dwars over een paard gevonden, allen sprongen in den zadel, en de geheele troep snelde in vliegenden galop naar het Westen waar een groenachtige lijn den loop aanwees van den RioGrande del Norte.

IV.

DE LEUGEN VAN FRANCIS.

Waar blijft Senor Massilia? Waar zijn mijn gidsen Francis en Peter? Om acht uur in den morgen slaapt men hier toch niet meer. Bij het aanbreken van den dag zouden ze me komen halen om de reis voort te zetten.

Het was een kruisvuur van vragen en antwoorden tusschen Fabian Rosales en zijn gast, den jongen Krekel, te midden van al-

gemeene verbazing. Het gezin van den hacendado zat aan de ontbijttafel, wachtend op den Marseillaan. Op de herhaalde vragen van Fabian: Waar blijft senor Massilia? antwoordde Vera verward: Hij is niet teruggekomen.

Aller oogen vestigden zich op het jonge meisje, dat een kleur kreeg en verlegen het hoofd liet zakken.

Niet teruggekomen Wat wil je daarmee zeggen, Vera? vroeg haar vader.

De onbeholpenheid van het meisje nam

nog toe zij opende den mond, trachtte;

te spreken, maar de stem stekte haar in de keel, en na een hulpeloos gebaar bedekte ze met beide handen haar gelaat.

Dit onbegrijpelijk stom gebarenspel vermeerderde de onrust der aanwezigen, totdat eindelijk Inez, de oudste zuster, voor allen in zoover het raadsel oploste, dat Scipio zich van de haciënda met een onbekende had verwijderd. De geschiedenis van de sospiriano werd daarbij niet verzwegen.

Er heersohte gedurende eenige oogenblikken een pijnlijke stilte. Plotseling verhief zich de angstige stem der Mestiza:

Een valstrik! De aanwezigen sidderden.

Ja, hernam ze met nadruk. De onafhankelijkheid der volkeren heeft allen tot vijanden, die van de verdrukking leven. Ik ben er zeker van, dat de man, die door mij is uitgezonden om het Eendrachtssnoer te zoeken, dood is of althans in gevaar verkeert. Is hij om het leven gekomen, dan moeten wij hem wreken; dreigt hem gevaar, dan is redding onze plicht! En zich tot Vera wendend, wier oogen schitterden:

In welke richting heeft hij zich verwijderd?

Van het bosch Las Tres Marias (De Drie Maria's) dat ge ginds ziet.

De Mestiza nam een gouden fluitje uit haren zak en liet een scherp geluid hooren.

Aanstonds ging de deur open, en op den drempel verscheen een Indiaan, geheel in krijgstenue gedost, met sabel, dolkmes, karabijn en gordel met patronen. Zijn hoofd was bedekt met een bonte wolfsmuts waarop een arendsveer prijkte, het teeken zijner waardighe'd, als opperhoofd van een stam. Hij was de aanvoerder der Mayos Indianen, die het escorte vormden der Mestiza Dolora Pacheco. Op drie passen afstand van zijn gebiedster bleef hij staan, onbewegelijk en zwijgend, totdat zij het woord tot hem zou richten. Maar zijn zwarte oogen. die onophoudelijk in beweging waren, vorschten het gelaat uit der aanwezigen met doorborende blikken.

De Puma (Arrrerikaansche Leeuw), zei de Mestiza, den Indiaan noemende bij den naam, hem door zijn stam wegens zijn moed en kracht gegeven, de Puma is een vermaard opperhoofd onder de Mayos der Golf van Californië.

Een glimlach van voldoening helderde het bronzen gelaat op van den Mayo.

Sluiten