Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem, en niet minder het vreeselijk dilemma waarvoor hij geplaatst was: Sullivan dienen volgens contract., de tweeduizend dollars., het reine, onbevlekte beeld der Mestiza

Eindelijk legde de reus de hand op den schouder van zijn kameraad:

Peter, zei hij, met iets weeks in zijn stem.

Patroon?

Je bent het met me eens, dat het schandelijk is, de donna te verraden?

Jawel. Maar bet middel, om iets anders te doen

Dat bestaat misschien.

Peter was opgesprongen.

Je hebt het gevonden, patroon?

Ik geloof het.

Een droevige glimlach speelde om de lippen van Francis Gairon.

Ik zal me nader verklaren. Je weet, dat ons contract met Joe Sullivan nog zeven maanden loopt We zijn nu met het nakomen ervan reeds zoo ver gevorderd, dat we den braven Scipio Massilia bij haar hebben vervangen, door onze personen in zijn plaats te stellen, en je weet ook met welk doel.

Ja, dat is duidelijk als koek. We moeten het Eendrachtssnoer naar den Yankee brengen. Maar hoe zult u

Francis liet Peter niet uitspreken, maar fluisterde hem in het oor:

Als het eens wilde, dat de Mestiza het juweel Inca-Aztek eerst machtig werd na afloop van ons contract, dan zijn we niet meer gehouden, volstrekt niet meer verplicht, ,het haar afhandig te maken.

Dat is ook helder als water uit een steenrots, en hoe heerlijk ik het ook vind, toch hangt het louter van het toeval af.

Neen, iongen, dat hebben wij in onze macht, zei Francis met klem.

Nu begrijp ik er heelemaal niets van.

Een oogenblik bleef Francis Gairon met open mond staan; zonder een geluid te kunnen voortbrengen. Het was alsof hij vreesde, het beslissend vast besluit, dat hem bezielde, onder woorden te brenpp" Met schorre stem ving hij aan:

In gewone tijden en onder alledaagsche omstandigheden, leggen we het erop aan, om zoo gauw mogelijk het jachtterrein te bereiken. Maar nu zullen we het tegenovergestelde doen. Ais ik de Mestiza goed heb begrepen, moeten we door Texas trekken en doordringen in het eenzaam grondgebied der Indiaansche stammen.

Ja^ zoo iets heb ik er ook van gedacht, zei Peter.

Daar gaan zoowat een drie maanden mêe heen, waarvan we zes, desnoods negen; moeten zien te 'maken. Om daartoe te komen, dienen we zeiven de hinderpalen opeen te stapelen. Laten we dus de gewone voorzorgen veronachtzamen. We krijgen dan de Roodhuiden op ons lijf, de roovers van de prairieën en Amerikaansche soldaten.

Ja— ik zou zeggen, we moesten ons la- "; ten fusileeren, ponjardeeren, scalpeeren en

tortureeren op alle mogelijke manieren.

Als je bang bent ga dan heen; ik schenk je de vrijheid!

Het gezicht van den geëmpIoieerde werd aschgrauw.

Bang— als een ander dan gij, chef, mij dit zeide, ik zou geen oortje geven om zijn huid, toch moet ik u doen opmerken, dat men met uw combinaties hard kans loopt eerder aan het eind te staan van zijn carrière dan op het uur, door het lot bepaald.

Ik zeg je nog eens. Als het je niet bevalt, kun je gerust heengaan.

Wie zijn woord eenmaal heeft gegeven, verlaat zijn chef niet meer.

Dus?

Ik zal u volgen, al was het naar de hei.

De twee handen der mannen zochten elkaar en klemden zich in een forschen greep.

Wij zullèn dus, hernam; Francis, inTfcn edelmoedige opwinding, voor haar, met haar sterven, als het moet; maar het palladium der Zuidelijke Vereeniging zal niet naar de Yankees gaan. xDat zij zoo, patroon.

Gaan we ï.u rusten, zei de Cnaadees op gedempten toon. Wij zijn onze verbintenis jegens Jee Sullivan nagekomen houden we

ons nu aan de gelofte, die we voor het aanschijn des hemels hebben afgelegd.

Voor haar te sterven, herhaalde Peter, op plechtigen' toon, onderwijl hij het hoofd ontblootte en de oogen verhief naar het uitspansel waaraan de sterren schitterden.

Met haar sterven, als het moet, voleindde Francis.

In de diepe stilte van den nacht sliepen de jagers, onbewust van den orntzettenden eed, zoo even door hen gezworen, en de maan, de vriendelijke nachtvorstin, tintte het gebladerte, de boomstammen en het mos met het zachte schijnsel van haar zilveren licht. V.

HET FORT DAVIS.

In eene zaal, waarin door de neergelatei jaloezieën een blauwachtig schemerlicht heerschte, zaten drie mannen om een tafel, waarop een flacon whisky met glazen was aangebracht.

Een hunner was Joe Sullivan. de ander kapitein Hodge, commandant van het fort Davis, de derde noemde zich „de Eerwaarde Forster", herder en administrateur van Texas.

De commandant was een dier kleurloozei mannen van wien men niets kon zeggen. Zijn dof gezicht, lichtblond haar, zijn kortzichtige, knippende oogen kenmerkten zijn zwakheid en gebrek aan initiatief.

Een geheel andere figuur was de predikant Forster. Rijzig, mager, droog, met een ascetisch gelaat, zwarte vurige oogen, welke diep in hun kassen verscholen lagen, een vierkanten neus en hoog voorhoofd, — alles verried in hem een vasten wil, die zelfs geen wreedheid zou ontzien. Als bedienaar van den metbódistischen eeredienst

Sluiten