Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar Aurora brengen, op eenige mijlen afstand van Chicago, waar de chef der militaire afdeeling u een vriendelijke schuilplaats zal verleenen, totdat de dag aanbreekt, die een einde maakt aan de uitzinnige dolheid' van de senorita Dolora Pacheco.

Dan krijg ik nu een kippetjesleven, resumeerde Scipio, eten, drinken, slapen eni wandelen 'met vriendschappelijk gezinde bewakers.

Forster knikte toestemmend.

Dat is een kolfje naar mijn hand, vervolgde de Marseillaan; leven in luilekkerland^ wat verlang ik nog meer! Ik zal beginnen met een gezellige kamer en een goed maal.

Kapitein Hodge zal u den weg wijzen.

Op een teeken van den predikant was deze reeds opgestaan. Gemeenzaam nam Scipio hem onder den arm:

Van bewaker wordt u mijn gastheer, kapitein. Sapristie! Ik feliciteer u, en mij niet minder, met die promotie. En den gouverneur zoomede Joe Sullivan groetend:

Alles vergeven en vergeten, mijn vrienden.

Die guit *an een Mestiza Heb je ooit

zoo'n zottin gezien— me de kastanjes uit het vuur te laten halen, hè!

Hij trok den kapitein meê. Forster grijnslachte, wreef zich zenuawachtig de droge handen en zei:

Zwakkelingen, die Franschen. Hij heeft maar terstond het aas ingeslikt.

Och! hernam Suiilivan. Dat Fransche goedje kijkt nooit verder dan hun neus lang is. Die praatjesmaker liep maar zoo te Mexico in een reeks duels, en zonder de tusschenkomst van een onnoozel volkje

Zouden wij hem geen eten behoeven te geven, voleindde de predikant. Trek je er maar geen harnas over aan, vriend. Wat gebeurd is zal strekken tot grooteren roem van de Methodisten en van de Noord-Amerikaansche republiek! Maar ik ga u verlaten, om den Almachtige een dankgebed op te zenden, mijne ziel te verheifen tot Hem, die de draden van ieders 'handelingen bestuurt. Tot ziens!

Zoo, zoo! Dat gaat opperbest, mijn jongen! De gouverneur heeft je maar wat een prachtig menu aangerecht van zijn land. En nu denkt hij nog wel, dat een Marseillaansch burger zulk een nonsens zal slikken, als hij me daar zoo straks heeft voorgekauwd. En Scipio vervolgde zijn alleenspraak:

Je hebt me dan wel voor een groentje

aangezien, satansche hemeldragonder

.wacht maar— Je krijgt je trekken wel thuis! Maar we moeten den schijn aannemen alsof we geen schijn hebben De

vrijwillige kortzichtige heeft allerbeste

oogen Eén zwaluw maakt geen zomer..

Ik zal je als een aal door de vingers glijden Sacdedïou! Lang zal het niet

$tów, of de kleine Mestiza, die jij voor een bedriegster aanziet, zal mijn diensten weer te harer beschikking hebben. Wie het laatst lacht, lacht het langst — en dat zul jij, zwarte duivel, wel niet!

Acht dagen daarna bracht men den vroolljken Marseillaan naar den trein. En toen Scipio onder geleide van twee officieren wegreed, zei de predikant met een gerust gemoed:

Danken wij den Heere, het moeilijkste is volbracht. Laten we ons thans bezig houden met Dolora Pacheco!

VI.

EEN GEZIN IN DE VEREENIGDE STATEN.

Gentleman, ik stel u voor mijne vier zusters. En gij, Priscilla, Aliane, Roma, en Kate, dit is de heer Scripio Massilia, die geduren, de eenige weken wel onze gast zal zijn.

Op deze wijze introduceerde Majoor John Coldjam, militie-kommissaris van Illinois, den Marseillaan, in de spreekkamer zijner woning, Avenue 4 te Aurora.

Aurora is een geometrische stad, zooals trouwens alle Noord-Amerikaansche steden. De straten zijn rechthoekig doorsneden; de 'huizenrijen door machtige bouwmaatschappijen opgetrokken, volgen, in regelmatige reeksen van twintig en dertig gelijkvormige exemplaren. Tramwegen kruisen elkaar in alle- richtingen en boven de straten spannen electrische kabels, telephoon- en telegraaflijnen hun weefsel van monsterachtige spinnewebben over de geheele stad.

Wat het gezin Coldjam aangaat, dit vormde nagenoeg een volledige verzameling van de veelsoortige bevolking der Vereenigde Staten van Noord-Amerika. Interessant mag het wel heeten, even bij de genealogische geschiedenis ervan stil te staan.

De moeder van den majoor en diens vier zusters was de eenige dochter en mestize van een Canadeeschen Franschman en een SiouxIndiaansche vrouw. Deze dame was vijfmaal in den écht vereenigd geweest en had iederen echtgenoot een huwelijksspruit geschonken. Het verloop van haar aardsch bestaan was herdacht in een lijstje, dat den schoorsteen sierde der spreekkamer, en waarvan de reproductie bieronder volgt:

DIENSTSTAAT VAN JOSEPHA PATTERELLE. Ie Huwelijk, 29 Mei 1860, met Will Coldjam, een zoon:

John Coldjam, geb. 17 April 1861. 2e Huwelijk, 5 Oct. 1864, met Lukas Van Pooze, een

dochter: Priscilla Van Pooze, geb. 12 Nov. 1865. 3e Huwelijk, 31 Aug. 1867, met Allan O'Derrick, een

dochter: Allane O'Derrick, geb. 15 Dec. 1868. 4e Huwelijk, 7 Jan. 1872,met Romo Loredo, een dochter:

Roma Loredo, geb. 28 Febr. 1874. 5e Huwelijk, 11 Maart 1877, met Fritz Btomderer, een

dochter: Kate Blomderer, geb. 2 Juni 1878.

Deze tabel, een meesterstuk van Majoor John Coldjam, het oudste familielid; die over alles een militair oog liet gaan, maakte zijn trots uit. leder bezoeker van den huize Coldjam werd op dezen Dienststaat opmerkzaam gemaakt, en het slotrefrein van den Majoor eindigde steeds in dezer voege: — Mijne arme. goede, beste moeder zou zeer zeker

Sluiten