Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dat Is bepaald een goed blad, zei de nigger.

Ik moet de namen en de stations van bestemming weten van de reizigers die in dezen wagon zitten. Als je me dat kunt zeggen, zal ik de premie verdubbelen.

De nigger stak zijn lange tong uit:

De gentleman zegt dus twintig dollars?

Ja, twintig achterwielen.

Reken op me. En met een gezicht, glan-* zend in het vooruitzicht van het buitenkansje, verdween de nigger.

Tegen het uur van het diner overhandigde hij Scipio de lijst der passagiers van den aangewezen wagon.

•Het heeft me moeite gekost, gentleman, zei de zwarte. Op de zeven personen van dat compartiment zijn er vijf, die telkens van wagen verwisselen. Niets was gemakkelijker dan de opschriften hunner valiezen na te gaan de treinchef heeft me hun eindstation opgegeven. Edoch die twee ondersten verroeren zich niet. Maar de klank van dollars in de verte heeft me gochem doen zijn. Ik ben stilletjes achter een leuningstoel gaan staan en heb het gesprek van de heeren afgeluisterd, ze praten echter weinig. Twee uur stond ik op post. In de restauratie hoorde ik, dat de eene bediende is van den ander, toen-ie het maal kwam halen voor zijn patroon, die in zijn wagon verkiest

te eten Wacht, dacht ik, ze zullen dan

wel babbelen.

En hebben ze dat gedaan? vraagde Scipio.

Ja, gentleman. De lakei heet Bell.

Bell! riepen de hoorders van den zwarte, onder het wisselen van een blik van verstandhouding, Bell!

En de andere, hoe heet die?

Daar heb ik nog niet achter kunnen komen. Zijn bediende zegt alleen maar Sir. Vannacht zal ik misschien beter slagen. Hun bestemming is Oklahoma, nridden in het Indiaansch gebied.

Opnieuw zagen Massilia en Marius elkander aan. Het vage vermoeden van den Marseillaan begon vormen aan te nemen. Bell was de naam van den man, die zich bij Scipio als handelaar in gutta percha had geïntroduceerd, en wiens bezoek hem had doen besluiten de gastvrije woning van Majoor Coldjam vaarwel te zeggen. En die man ging nu ook naar de streek, die het doel was van Scipio's reis!

Deze laatste bleef zijn ontroering meester, en een onverschilligen-toon aannemend:

Bemoei je verder maar niet meer met deze affaire, nigger, hier zijn je twintig dollars. Ik heb de noodige inlichtingen en kan het dus hiermee doen.

Wat zal meneer nu besluiten? vraagde Marius eerbiedig.

Wel! duivels, ik wSl^me van de identeit dezer twee heeren vergewissen. Mijn onrust neemt toe na hetgeen die moor me beeft gezegd.

Ja— maar het middel? zei Marius.

Een wijle scheen 'Massilia na te denken. Toen richtte hij het hoofd op:

Dezen nacht slapen ze allen.

Dat laat zich vermoeden.

Welnu, maat, ik zal geen oog sluiten, en de booze moet het al büzonder op me voorzien hebben, als ik het er niet toe breng, de tronie van die geheimzinnige heeren te zien te krijgen.

Na dit besluit verdween alle ongerustheid uit het gelaat van den Marseillaan. Hij dineerde met eetlust en informeerde zich bij den stewart omtrent de vermoedelijke aankomst van den trein te Oklahoma.

Vier uur twintig, zei deze.

Dan is het nog geen dag?

Neen, gentleman, eerst om vijf uur.

En tot Marius zich wendend, zei Scipio: De duisternis is in ons voordeel. Als die on bekenden ons vervolgen, hebben we een kans te meer hun door de vingers te glijden.

Dat denk ik niet, zei Marius. Meneer verschoone me, als ik met hem van gevoelen verschil: ik heb zoo juist den treinchef ondervraagd, en die zei me, dat hij maar vier biljetten heeft voer Oklahoma. We kunnen dus op geen aantal passagiers rekenen om erdoor te glippen.

Dat is zeer juist geredeneerd, sacrebleu! Maar vannacht zal ik ze toch zien, die satanskerels, en willen ze 't met me aanleggen jandorie! ze zijn maar met hun tweeën tegen één.

Tegen twee, bedoelt u toch, verbeterde Marius. Ik volg Meneer overal, en als Meneer veoht, dan vecht ik toch ook!

Als eenig antwoord drukte Scipio de hand van den braven volgeling, die uit piëteit voor Marseille tot alles bereid was, en beiden zich nauwer aaneengesloten gevoelend door het gemeenschappelijk gervaar, begaven zij zich naar hun waggon. Een uur later, terwijl hun gordijnen waren dichtgeschoven en stilte alom heerschte, zou ieder ander dan zij hebben gedacht, dat ze in diepen slaap waren gedompeld.

Het sloeg één uur na middernacht, toen de twee reisgenooten, Scipio en Marius, op hun kousen voortslopen door de flauw verlichte tusschengang naar het gordijn, dat de rustplaats hunner tegenstanders aan onbescheiden blikken onttrok. Op het oogenblik dat zij nauw merkbaar het voorhangsel even wilden scheiden ten einde de gezichten der slapers te onderkennen, werden ze door een zacht gefluister vastgeketend aan de plaats, waar zij zich bevonden. Zij waren de gorT dijn reeds genaderd, waarachter zij het geluid van stemmen vernamen.

Maar, Bell, zei de een, kun je op dien paardenkoopman wel aan?

Wel zeker, patroon, antwoordde de aangesprokene, in wien Scipio het stemgeluid herkende van den man uit het fort Davis, Mathewson is de eerste schacheraar van Oklahoma. Hij levert de berijding aan allen, die door hun kwaad gesternte ertoe worden

Sluiten