Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met blijkbare verlegenheid gaf de Texasser door zijn blik te kennen, dat de bedoeling van zijn patroon buiten -de sfeer lag van zijn begripsvermogen.

Maar Scipio, wien de verlegenheid van zijn bediende scheen te amuseeren, achtte het oogenblik nog niet gekomen om hem in tê lichten. Hij wilde hem vooreerst nog wat bewerken. Op den toon, bij een raadsel gebruikelijk, ging hij voort:

Laat e ns zien, kameraad. Denk eens goed na, voordat ie het opgeeft. Wat kan iemand, die goed gezond Is, beletten af te stappen aan het station waar hij wezen moet?

Wanhopig breidde Marius links en rechts do armen uit.

.fe geeft het op, hè?

Ik vraag meneer nederig excuus.

Het is je geschonken, en mijn zegen ook. Maar je bent toch een uiltje.... Weet dan, dat een gezond reiziger niet kan afstappen aan een station., als de trein er niet stilhoudt.

Ditmaal opende Marius zijn mond in den vorm van een kapitale O; zijn wenkbrauwen 'leken een samentrek'kingsteeken; zijn gelaatstrekken verrieden allerduidelijkst, dat het stoutmoedig voorstel van den Marseillaan de grenzen van zijn bevattingsvermogen overschreed, en een der zintuigen van zijn meester aan 't wandelen was gegaan.

Hoor eens, mijn trouwe volgeling, geef /{f het op om te raden, ik 'laat mijn plan niet varen. Maar ik wil je niet langer op de pijnbank zetten. Eén vraag vooraf, nu ik zonder verdere omwegen, rechtaf op het doel aanstuur. Je zult mij volgen en trouw nadoen, wat je mij ziet verrichten, niet waar?

Zoo waarachtig als mijn vader een Marseüllaan was! betuigde Marius.

Flink! Zoo mag ik het hooren. Scipio raadpleegde zijn horloge. Het is nu vier uur. Over twintig minuten stopt de trein volgens reglement, als ik er geen hinderpaal voor ben. Komaan, Marius, toon dat je Marseillaan van afkomst zijt, volg met blinde gehoorzaamheid en doe precies wat ik doe. Hierlangs! Opgelet! De tijd dringt!

En terwijl de duisternis nog heéfseht over dat gedeelte der aaride, kruipen, deze twee pioniers, gezweept door den geweldigen wind, veroorzaakt door de luchtverptMU sfug welke de locomotief met haar langen trein teweeg brengt, langs de reeks van bagagewagens, teneinde over den tender de machine te bereiken, zich vastklampend aan de dunne ijzeren staaf, die alleen haar houvast uitmaakte, om niet tegen den beganen grond te worden neergesmakt.

Zij zijn den tender genaderd. Oorverdoovend is het gerinkel der koppelkettingen, het zttrgen der stangen, brandend de rook- en stoomdamp, die toch de snelheid der vaart neerslaat en hen wikkelt in vochtig-heete dwarreling. De trilling en het stampen der wagons doet hen dansen op de gevaarlijke plaats waar zij zich bevinden. Op vier me¬

ter afstand zien ze den vuurhaard open, en bij den rooden gloed ontwaren ze de nevelgedaanten der twee mannen, aan wier bekwaamheid en tegenwoordigheid van geest het leven der reizigers is toevertrouwd.

De stoker werpt kolen op den haard. De machinist staat onbewegelijk, hij heeft de hand aan de rem en kijkt uit, want vaag en schemerend doemen de signalen voor hem op van het station Oklahoma.

Op een mijl afstands schitteren de lichten reeds grijpt hij de kruk van het rem-

toestel, en onderwijl Scipio zijn reisgenoot toeroept: voor jou de stoker! springt hij als een tijger toe op den machinist. Twee doffe slagen met de kolf van den revolver hebben de beide beambten van de locomotief, voordat zij nog eenig vermoeden hadden van den onverhoedschen aanval bewusteloos neergeveld. En terwijl Marius hen handig armen en beenen boeit met de lasso's, die ieder prairiejager bij zich heeft, versnelt Scipio, met de hand op het wiel van den regulateur, nog aanmerkelijk de vaart van den trein.

Met bliksemsnelheid Vliegt deze het station Oklahoma voorbij. Kreten weergalmen van het perron, waar men in den waan verkeert, .dar het remtoestel heeft geweigerd. Maar de trein is reeds verdwenen m de duisternis.

Ben je klaar? vraagt de Marseillaan.

Marius wijst hem zwijgend op den geboeiden stoker en machinist.

Maak je gereed om af te stappen.

De rem treedt in werking. De dolle vaart mindert. Het schijnt dat men zal stoppen.

Spring af! roept de Marseillaan. Hij maakt het remtoestel weer vrij, zet vollen stoom op, en springt terstond zijn metgezel na, terwijl de trein met vernieuwde snelheid in de duisternis voortholt.

En nu in stormpas naar Oklahoma. Langs een omweg, dwars door het veld, wordt de stad bereikt. Alles is daar in diepe rust, want de herrie aan het station heeft den slaap der ingezetenen niet gestoord. Zonder eenige hindernis komen Scipio en Marius naar het gebouw waar zij als ordentelijke reizigers hadden moeten afstappen en zien ze in een donkeren hoek van het plein een man met een koppel paarden heen en weer drentelen.

Naar dat individu richten zij hun schreden:

„Joe Sullivan," zegt de Marseillaan, „hoofd der grenspolitie."

De palfrenier brengt zijn hand aan de jockey-pet en antwoordt:

Tweehonderd dollars.

Aannemen!

De Amerikaan telt de banknoten, steekt ze op, en vraagt:

Waarheen moet ik de paarden brengen?

Dat bezorgen we zelf.

Zooals u wilt, gentlemen.

Nauwelijks is de jockey verdwenen, of de reizigers springen in den zadel. De richting

Sluiten