Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is aanwezig. Er moet zeker wat gaande zijn. Zonder ernstige redenen hebben de Seminoien hun wigwams niet verlaten. Ze sleepen hun gezin meê op het oorlogspad.

Als er niemand is om de gasten te ontvangen, zei Scipio, dan moeten dezen zichzelf maar bedienen.

Meneer heeft gelijk, beaamde Marius. Hier Ss de wigwam van het opperhoofd, we moesten er ons maar installeeren. Onderwijl u zich wat lekker maakt, ga ik een kijkje nemen in den omtrek. De verlatenheid van de plaats bewijst me, dat ik zonder gevaar een geweer kan afschieten. Komt er dus een stuk wild onder schot, dan hebben we iets voor de menage, die nog al schraal is geweest in den laatsten tijd.

De afgetuigde paarden graasden reeds rustig op het welig gras aan den oever der rivier. Een uur later kwam Marius terug met twee hazen en een zilverfazant, door de Indianen Wappok genoemd. Zij gunden zich niet den tijd, het vleesch te laten besterven, maar deden zich te goed aan een maal, waarvan zij sedert lang waren verstoken geweest.

'Nog onder den indruk van het genoten festijn en bijna bezwijkend onder de smorende hitte, die als vuur van den hemel scheen te valien, werden ze in hun vadzige loomheid opgeschrikt door een vreemdsoortig geluid, dat van verre tot hen doordrong. Het klonk wiid en afgebroken, en toch treurig.

Quesaco? (Wat is dit?) mompelde de Marseillaan, naar zijn karabijn grijpend.

Fluisterend zei Marius: Een lijkzang. Meneer'is niet van het land. Als een Indiaan zijn einde voelt naderen, dan heft hij een gezang aan, waarin hij een terugblik werpt op zijn leven en daden. Volgens zijn geloof is deze plechtigheid een vereischte, ten einde de overleden afstammelingen van den zieltogende, die het jachtgebied van den Qrooten Geest reeds hebben betreden, te verwittigen, dat het ogenblik daar is, zich om de ziel van den lijder te scharen, opdat de booze geesten haar geen kwaad zullen doen.

Je denkt dus kameraad, dat er een stervende hier in de nabijheid ligt?

Ik meen het als zeker te moeten aannemen, bevestigde Marius.

Dan gaan wij erheen, want zoo iets wekt mijn belangstelling en zie je niet alle dagen, zei Scipio.

■Langzaam kropen zij uit den wigwam, en schuilende tusschen de hutten, richtten zij hun schreden naar de plaats, waar de lijkzang nog altijd weerklonk.

Als wolven sluipend, kwamen ze aan de woning; behoedzaam gluurden ze door de kier van de deur.

Een vreemd schouwspel vertoonde zich aan hun blikken.

Op een mat lag een afgeleefde grijsaard uitgestrekt die met blatend stemgeluid psatmodiëerde. Het was een Indiaan. Zijn

witte haren, die in een bundel boven zijn schedel waren samengebonden, vormden de scalp, het hoofdsieraad der krijgers. Löödkleurig was zijn gezicht, zijn oogen waren reeds omfloerst door den naderenden dood, en hij putte zijn laatste krachten uit, om het leven, dat weldra zou heenvlieden. nog eenmaal te doen dagen Voor zijn stervenden geest

Het Zwarte Paard — zoo heette hij bij zijn stamgenooten — voelt verlamming in zijn. stalen beenen. Het heeft zijn stam niet nen volgen naar den grooten raad der Se-

mlnolen. Het heeft hun gezegd: Gaat

laat mij alleen. Het Zwarte Paard zal zijn lijkzang aanheffen. Gaat, de aangekondigde

. tijden zifn nabij. Dat niemand ontbreke op het appèl. De grijsaard,^ die opgeroepen wordt door den Grootett Tleest Geest, mag geen brutkbaren arm tot stilstand doemen.

Scipio Massilia sidderde bij het vernemen van deze vreemde taal. Het verlaten van het dorp, de afwezigheid van den stam der Seminolen, dat alles werd hier door den zieltogende opgehelderd. Op een onbekende plaats was een groote Indiaansche raadsvergadering belegd Een geheimzinnige

zaak — de tijden "Zijn nabij, zei de stervende — was dus de oorzaak van dezen uit-

I tocht op breede schaal. Instinctmatig begreep de Marseillaan, dat de komst der Mestiza, de Maagd van het Zuiden, niet vreemd was aan dit vertrek in massa der Indianen.

Hij deed een stap vooruit naar den zieltogende, met het voornemen hem te ondervragen, hem het geheim te ontrukken, dat de dood zou meenemen in het graf, maar Marius hield hem hiervan terug, zeggende:

Patroon, met allen eerbied voor dit Indiaansch opperhoofd en uw persoon, men stoort geen stervend mensch.

Plotseling staakte de zieltogende zijn klaaglied. Het Zwarte Paard had den jongsten snik gegeven.

In de hut van den doode waren door de naastbestaanden, bij hun vertrek, diens kleeding, 'wapenen, vaatwerk en andere voorwerpen achtergelaten.

Het is te hopen, zei Marius, dat de bloedverwanten van den overledene spoedig terugkeeren, ten einde hem met de eerbewijzen, verschuldigd aan zijn rang, ter aarde te bestellen. Voor ons is het tijd, onzen weg te vervolgen.

Als wtr die taak eens op ons namen, zei de Marseillaan, wie weet hoe die liefdediénst onze taak nog kan dienen en ten goede komen.

Top! was het antwoord van Marius. De spaden zijn hier > voorhanden — dan maar aanstonds aan 'het werk!

En zij groeven een vier voet diepen kjrtl in den wigwam, waarin zij den doode légden, overdekt met al de teekenen zHner i waardigheid. Zorgvuldig werd het graf geI sloten en de aarde aangestampt.

Sluiten