Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TWEEDE GEDEELTE.

NOORD EN ZUID.

DE EER VAN DEN JAGER.

Senor, mag ik u om een onderhoud verzoeken van eenige oogenblikken?

Zoo vervoegde zich op zekeren morgen de Parijzenaar Krekel bij Senor Fabian Rosales, hacendado van de onmetelijke landbouwkolonie van San Vicente, gelegen ten noorden van Mexico, in de provincie Cohahuila, aan de boorden van den Rio Qraiade del Norte.

Rosales boog hoflelijk:

Gij zijt miin gast, derhalve ben ik ter uwer beschikking.

Op zijne beurt groette de Parijzenaar:

Senor, gij weet dat de Fransche regeering mij heeft gemachtigd de Mestiza Dolora Pacheco te volgen op haren onderzoekingstocht naar het Eendiacht-halssnoer Inca-Aztek, dat tijdens de verovering van Mexico door de Spanjaarden, nu een vierhonderd jaren geleden, is verdwenen, en waarvan de terugvinding eene Confederatie van alle ZuidAmerikaansche Staten zou ten gevolge hebbe i.

Mijne^regeering stelt in het welslagen dezer expeditie een zoodanig belang, dat zij besloten heeft, den tijd dien ik eraan mocht besteden, te rekenen als zooveel dienstmaanden, door mij in het Fransche leger volbracht.

Zoo hebt ge mij althans vroeger gezegd.

Scipio Massilia van Marseille, door de Maagd van Mexico — mén noemt Dolóra eenmaal zoo — aan hare onderneming verbonden, is opgelicht en op het oogenblik gevangene der Noord-Amerikaansche Unie, die met alle onder haar bereik staande middelen eene Vereeniging van de Zuidelijken tracht te beletten.

«aar suprematie over de beide Amerika s zou erdoor bedreigd worden.

Natuurlijk. U Senor, zijt beter op de hoogte van het vraagstuk dan ik; al is u Franschman van geboorte en afkomst, u woont sedert lang hier in het land.

Helaas!

U zult u dus niet verwonderen dat ik» als Parijzenaar, van Celtischen oorsprong derhalve, vertrek met de Senorita Dolora en de Canadeesche jagers Francis en Peter, die zich hebben aangeboden om den gevangen Massilia te remplaceeren tegen de Noordelijke Saksers.

Ik hecht mijn volkomen goedkeuring aan uw voornemen. En gij hebt gelijk, Senor Krekel. Ik zal u mijne geheele opinie meedeelen omtrent deze aangelegenheid. Franschen, die zich onversohillig zouden betoenen voor het werk der Senorita, komen mij nagenoeg voor als verraders van de Zaak der beschaving. Ik zelf heb een vriend van me getelegrafeerd, om het bestuur mijner landhoeve op zich te nemen. Zoo hij daaraan kan voldoen, zal ik insgelijks de Donna

volgenr , I

Prachtig! riep de Parijzenaar, zien de banden wrijvend.

EenigszïHs verwonderd zag de hacendado zijn gast aan.

Mijn vertrouwen of liever mijne mededeeling schijnt u bizonder welgevallig te zijn.

Beide komen me verrukkelijk voor, mijn waarde gastheer, want ze verlichten mijne taak, mijne zending.

Uwe zending?

Dat is het juiste woord.

Verklaar u nader.

Dat zal ik doen. Er is nog een persoon, die van verlangen brandt, om deel uit te maken van de expeditie, en wel zoodanig, dat hij mij verzocht heeft haar als mijn bediende te engageeren.

Haar, als bediende eene vrouw

wie kan dat zijn en wat gaat het a#

eigenlijk aan? Is het soms een mijner

werksters?

Uw tweede dochter, Senorita Vera.

Fabian stond als aan den grond gerra-

^Wat zegt gij? Vera uw bediende —

Sluiten