Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mannenkleeding past beter in de wildernis.

Zij zou hare zusters Inez en Annina verlaten!

Die keuren haar plan goed.

•Wat zegt ge? Inez, die zoo verstandig....?

Meent, dat men het onmogelijke moet 'beproeven, om een verloofde te bevrijden.

Ditmaal bracht de hacendado zijn beide 'handen aan het hoofd, met de komische zinneloosheid van iemand die plotseling voor een raadsel staat.

Een bruidegom op dit oogenblik.. Heeft Vera een verloofde?

Ja, Sénor.

Maar ik ken hem niet.

Hijzelf, Senor, vermoedt niet, dat het aanvallige kind hèm heeft uitverkoren.

Rosales deed vergeefsche pogingen om den knoop te ontwarren. Op smeekenden toon verzocht hij:

Om 's hemels wil, zeg hoe die zaak in elkaar zit

De" lieve Vera heeft haar hart verloren aan Scipio Massilia. De straalkrans die den kampioen omgeeft, de luchtige zwier van den Marseillaan, hebben de zinnen van het jonge meisje betooverd. In den laatsten nacht, dien de ongelukkige op de haciënda doorbracht, heeft de Senorita Vera, vergezeld door haar beide zuster, den zinnebeeldigen ruiker van den sospiriano neergelegd in het vensterkozijn der kamer van uwen gast.

De hacendado fronste de wenkbrauwen. Op bijna ruwen toon gromde 'hij:

En Vera heeft n opgedragen mij dit verhaal op te disschen?

Maar Krekel schudde het hoofd:

Neen, Senor. Ten overvloede zal ik u ons gesprek van zooeven phonografeeren:

En zich voor de antwoorden van het jonge meisje bedienende van een hoog falsetgeluid, vervolgde de Parijzenaar:

Zij. — Ik zal me bij u vervoegen aan den oever van den Rio Grande. Ik heet te zijn een bediende van San Vicente, door u voor de reis geëngageerd. Mijn naam is Coëllo. Neem mijn voorstel aan, want als ik hier blijf zal ik van verveling en onrust sterven.

Ik. — Maar Senorita, dat zou van mijn kant geen. fraaie erkentelijkheid zijn voor de gastvrijheid mij verleend door uwen vader.

Zij. — Ik zal hem een brief schrijven, die u vrijspreekt.,

De. — Onmogelijk, Senorita. De allereerste begrippen van betamelijkheid leggen mij den plicht op den Senor Rosales te waarschuwen.

Zij. — Dan zal hij weigeren.

Ifc. — Daarvan ben ik overtuigd.

Zij. — Goed. Ik begrijp het. Gij acht het een gast onwaardig om hulp te verleenen aan een me'sje, dat bedroefd is. Spreek dan «jet mijn vader. Als hij mijne smart niet begrijpt, zal ik toch wel een middel vinden mij

bij u aan te sluiten, zonder dat ge daarvan de verantwoordelijkheid hebt te dragen.

Tot zoover gekomen met zijn verslag, nam de Parijzenaar zijn natuurlijke stem weder aan:

U ziet,. Senor, ik heb niets gezegd dat in strijd mag heeten met de achting en dankbaarheid, die ik uw gastvrije woning ben verschuldigd.

De hacendado drukte de hand van den jonkman en zei: Vergeef me, zoo ik een oogenblik heb getwijfeld aan uw rondborstigheid. In Mexico laten we een jong meisje vrijheid in de keuze van haren bruidegom.

De stap van Vera druischt dus niet tegen eenig begrip van levensvorm. Maar voor een vader blijven kinderen altijd kinderen. Smartelijk valt me de ontdekking, dat de vrouw in mijne Vera spreekt. Ik zal u het grootste bewijs van vertrouwen geven waartoe een vader zou overgaan. Senor Krekel, zeg ik u, neem het voorstel aan van mijn kind. Waak over haar en zorg dat de bediende Coëllo altijd waardig blijft om weder Vera Rosales te zijn. -

Er lag zooveel ridderlijke grootheid in den toon van den hacendado, dat Krekel zijn ontroering niet kon verbergen.

Mijn dank, Senor, zei hij, met eenige beving in zijn stem. Gij hebt dit kind een broeder geschonken, ik zal over haar waken alsof ik uw zoon ben.

Hij zweeg plotseling. Een doodelijke bleekheid betrok het gezicht van den hacendado.

Wat scheelt u, Senor?

Een herinnering Ik had een zoon

kunnen hebben, nagenoeg van uwen leeftijd een goeden en flinken jonkman

als gij.

Het doet mij leed, die. herinnering te hebben opgewekt.

Dat is onnoodig Als een zoon, hebt

ge gezegd— en mijn verdriet heeft voor u het geheim van het verleden ontsluierd. Misschien wil het noodlot dat gij alles verneemt. Luister dus.

Tot hiertoe hadden de twee mannen staande gesproken. Fabian verzocht zijn bezoeker plaats te nemen, en ging zelf zitten.

Twintig jaren geleden, begon hij, was ik de gelukkigste der menschen. Gehuwd was ik met een allerliefst meisje, ik heette Fabian Roseraire. Ik werd vader van een

zoon en was bijna zinneloos van geluk.

Op dien zuigeling bouwde ik grootsche

plannen voor de toekomst ik zag hem

reeds generaal, ingenieur of magistraat

Aanbiddelijke illusies van vele vaders. De uwe, Senor, moet ook dergelijke weelde hebben ondervonden.

Droevig, mompelde de Parijzenaar:

Dat geloof ik niet, Senor.

Maar dat is laster, als ge aan zooiets twüV feit.

Dan laster ik toch onwetend, want ik heb mijne ouders nooit gekend.

Sluiten