Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kwamen door de verdroogde bedding van den Rio Rono naar den Pecos, wiens ondiep water langzaam naar het Zuiden stroomde. Tot zoover had geen gevaar de reizigers bedreigd, maar aan den oever dezer laatste rivier waarschuwde hen eene ontdekking, oogenschijnlijk zonder belang, dat het uur van den strijd weldra voor hen zou slaan.

De doorwaadbare plaats naderend, waar de karavaan den Rio Pecos kon overtrekken, keerde de Puma, die den verkenningsdienst waarnam, plotseling naar het gros van den troep terug.

Wat is er, opperhoofd? vraagde Dolora.

Apachen! was zijn kort antwoord.

Een rilling liep den avonturiers door de lieden. Aan den ingang der wildernis spreekt men nooit zonder eenige ontroering den naam uit der verschrikkelijke bravo's Indio's. Hun wreedheid, hun listen, hun onverzoenlijke haat jegens het blanke ras, de vreeselijke verhaten die de ronde doen van hun feiten, evenals de spookgeschiedenissen onzer Westersche landen, vervullen de bewoners met geheimzinnigen schrik.

In de handen te vallen der Apachen of van hun mededingers de Comanchen, is een wisse dood na de afgrijselijkste foltering.

De jagers, als lieden gewoon aan het leven in de wildernis kenden deze voorbijgaande vrees niet. .

Francis trad op den Puma toe:

Talrijk?

De Indiaan haalde de schouders op.

Kan niet met mogelijkheid bepalen. Oorlogsspor. Misschien twintig. Wellicht honderd.

Met het oorlogsspoor, legde de Canadees uit, Ioopen de Roodhuiden op een rij achter elkander, terwijl ieder den voet zet in den indruk van zijn voorman. Zoodoende maskeeren ze hun aantal.

En naar het Mayohoofd terugkeerend:

Hebt ge ten minste kunnen onderkennen of de Apachen kortelings hier langs zijn gekomen? -Zonsopgang.

Twee uren dus geleden?

Ja.

Geen sporen van paarden?

Geen. De manada (een aantal vrije paarden door een enkelen ruiter geleid), heeft een anderen weg ingeslagen, hij verwacht zeker de krijgers op een bepaald punt.

Francis scheen een oogenblik na te denken; zijn ondervinding van de prairie gaf hem in zekeren zin het recht op de leiding, zoodat hij tot Dolora zeide:

Wilt u bevelen, op deze plaats halt te houden? Peter en ik zullen de rivier oversteken en het spoor verkennen.

Maar, ge zult u blootstellen

Bah! zei hij, de Indianen en ik zijn oude kennissen. Het kruit heeft, volgens de uitdrukking dezer roode schurken, vaak tusschen ons gesproken, en onze karabijnen hebben altijd onze scalpen beschermd.

Hij glimlachte. Zijne vroolijkherd stelde de Mestiza gerust

Zie eens, vervolgde Francis, zoo we alleen met u waren, ook zelfs met uwe MayosIndianen, zou ik er voor instaan, dat we uit de handen der Apachen blijven. Maar er zijn onder ons drie personen, die geen begrip hebben van de listen welke in de prairie gebruikelijk zijn. Ze zullen een spoor nalaten, dat een kind gemakkelijk kan nagaan.

Senor Fabian, mompelde Dolora.

Ja, en ook Senor Krekel met zijn bediende Coëllo. Daarom kan ik niet genoeg de meest mogelijke voorzorg aanbevelen.

Doe dan zooals ge goedvindt, zei de Mestiza. Ik heb u als kampioen aanvaard en stel in u het volste vertrouwen.

De Canadees bloosde op het vernemen dezer laatste woorden; om zijn verlegenheid te verbergen, deed hij zijn paard steigeren, en zijn geëmpIoieerde een teeken gevende, zette hij het dier aan naar een doorwaadbare plek, onderwijl Dolora en haar geleide afstegen.

Een oogenblik daarna deden de paarden het water om zich heen spatten, dat hen nauwelijks tot aan de knieën kwam.

Zeg eens, patroons, gekscheerde Peter, nu staat u aan het hoofd van de expeditie.

Gairon knikte bevestigend.

De Donna heeft haar vertrouwen nog ai goed geplaatst, spotte de geëmployeerde.

In de oogen van den jager flikkerde een zonderling licht.

Ja, zei hij eenigszins barsen, dat heeft ze wel, want zonder aarzeling zou ik mijn leven voor haar geven en het jouwe ook.

Dat staat aan u, patroon Ik ben in uw

dienst mijn huid behoort u. Alleen komt het me voor, dat u van gedachten veranderd zijt

Ik? En hoezoo?

Drommels, er zijn zes maanden verioopen, sedert ge u met lijf en ziel aan Joe Sullivan hebt verkocht.

En?

Nog zes maanden moet ge besteden om het vermaarde Eendrachtsnoer weg te halen, als de Donna hef ontdekt.

Francis maakte zulk een plptsehnge beweging, dat zijn paard steigerde. Terstond bracht hij het tot bedaren, en op doffen toon, sprak hij:

Daarom ben ik blij, dat de Indianen in onze nabijheid zijn.

Och! zei Peter, achteloos met de hand slaande op zijn karabijn; die 'trilde onder den schok, dat ongedierte der prairie geeft me altijd genoegen.

Ik reken erop om onzen marsch te vertragen.

Bah!

En desnoods — besloot hij op somberen toon — zou ik ze ons op het lijf lokken.

Ge zoudt hun de scalp van de Donna aanbieden?

Neen, bromde Gairon, met een mengeling van droefenis en woede in zijn stem. Ik zou

4

Sluiten