Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ongeveinsde aandacht naar de verklaringen van den Mayo had geluisterd.

Vasthand heeft de gedachten van den Puma goed begrepen.

Maar op zijn verhaal komend:

Gij weet het niet. De Mayos -noemen u Vasthand, omdat uw karabijn nooit doel mist

Gairon glimlachte bij de lofuiting, en een oogenblik het motief der beraadslaging vergetende:

Heeft mijn brave Peter ook een bijnaam? Mogelijk wel, niet waar, opperhoofd, want jullie Indianen bent sterk op het stuk van zinnebeeldige hoedanigheden.

Zonder te blikken, antwoordde de Puma:

Hij is de Schaduw. Want hij volgt U overal. Men ziet u niet zonder hem.

De jagers begonnen te lachen, en de omgeving volgde hen na. Maar de Mestiza maakte een einde aan dien aanval van vrooIijkheid, met te zeggen:

Puma, ik ben het met je eens, dat de Amerikanen de krijgers van de Prairie hebben aangeworven. Gij spreekt met de wijsheid van een groot opperhoofd. Ik heb u nog een vraag te doen.

De Madonna late hare stem hooren, de Puma luistert.

Tegen wie heeft men- die Apachen en Comanchen opgehitst?.

Zonder een woord te spreken, strekte de Mayo de hand uit naar het jonge meisje.

Tegen mij dus?

De Puma knikte bevestigend.

Tegen mij, tegen mijn werk, tegen allen, die de Zuidelijken willen vrijmaken van het juk der Yankees.

En van lieverlede zich opwindend, terwijl een lichte b>os haar wangen kleurde, vervolgde Dolora:

Maar de voorspelde tijden zijn voorbij. Zij, die door de Vrijheid wordt geleid, bevindt zich op den weg, door de voorouders aangeduid. De Incas, de Azteken hébben gesidderd in hun eeuwenoude graven, hun geesten zweven door het luchtruim, zij wijzen mij de richting aan.

Zij bedwong zicli_jnet een plotselinge opwelling van wilskracht Met zachter stem vervolgde ze:

De Noordelijken denken ons den weg te versperren. Drommen van krijgers staan tusschen ons en het Indiaansch grondgebied, waarin ik wil doordringen. Maar er blijfi ons een weg over, dien de vijanden der Vrijheid niet kunnen bezetten.

Allen zagen verbaasd op en vestigden hun blikken op Dolora.

Wij gaan de richting van het Oosten, waar onze tegenstanders hun hinderlagen hebben gelegd, verlaten. Op ongeveer vijftien dagmarschen ligt de Canadeesche rivier. Haar oevers zijn bezet door de Seminolen, dappere oorlogsmannen, die geen verraad plegen. Onder hen kunnen we ons vrij bewegen en binnen een maand zullen wij het oord zijn genaderd waar ik u heenleid.

Binnen' een maand', herhaalde Francis, maar zoo zacht binnensmonds, dat niemand hem kon verstaan.

Zijn oogen stonden verward. Zijn geiaat was verwrongen door inwendigen strijd. De woorden van Dolora hadden hem in het hart getroffen

Binnen een mand, had zij gezegd, zou het doel der reis zijn bereikt. Maar binnen een maand was hij nog de huurling van Joe Sullivan. Binnen een maand zou hij, op straffe van verlies van eer, het Eendrachts-halssnoer aan de Mestiza moeten ontrukken; hij zou het naar zijn „patroon" moeten bréngen, tot wanhoop brengen haar, die in zijn oogen de gedaante eener godin had aangenomen, de vrouw voor wie hij een altaar oprichtte in zijn hart

Toch was het zaak te veinzen.

Evenals de anderen deed hij het voorkomen alsof hij zich vereenigde met het plan van het jonge meisje.

Maar na afloop der beraadslaging strekte hij zich op eenigen afstand van zijn tochtgenooten uit op het gras.

Peter voegde zich bij hem.

Patroon, uw zaak begint er slecht uit .te zien.

Waarom me dat gezegd, bromde Francis

humeurig ik weet het maar ai te

goed.

We zouden op verkenning kunnen uitgaan en niet meer terugkomen.

Onmogelijk, ik heb Sullivan beloofd; Donna Dolora niet los te laten.

En als ze haar satansch halssieraad vindt, zul je haar dat moeten afnemen.

De Canadees knarsetandde. Het was voor hem een vlijmend wee, door zijn makker dingen te hooren bevestigen, die hem door het brein woelden.

Zoo iets doe ik nooit! riep hij met verbeten woede.

Dan neem je mijn eerste middel te baat: vluchten.

Mijn handteekening verbiedt me zulks.

U moeftoch kiezen of deelen, patroon.

Gairon keerde Peter den rug toe en hietd zich alsof hij sliep. Tegen den avond echter, toen het sein van vertrek werd gegeven, wenkte de jager, die achter was gebleven, zijn bediende met een teeken.

Peter, begon de patroon langzaam, ik heb je dezen morgen hard gevallen. Ik had ongelijk, je moet het me vergeven.

Opperbest, zei de geëmpIoieerde lachend, het is vergeten ook. Schaduw kan Vasthand geen kwaad hart toedragen.

Dank je. Maar vanaf dit uur ben je niet meer aan mij gebonden, ik verscheur je contract.

En waarom dat? Gij wilt het vernietigen, maar als dat mij niet bevalt?

Ik verbreek het, omdat ik tot een wanhopig beslluit ben gekomen. Je kunt bij me blijven, als je dat dan toch wilt maar zoo je liever weggaat staat je dit volkomen vrij.

Sluiten