Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Coëllo is nog jong, zei de aangesprokene zachtjes. De vermoeienissen hebben hem zeer aangegrepen. Coëllo moet vandaag maar wat rust nemen. De patroon zal het keukenwerk wel doen en zijn trouwen dienaar zijn aandeel brengen.

De lieve Vera, die als mannelijk bediende vermomd was, maakte terstond van het verlol gebruik en verdween in hare tent

Wat Rosales aangaat, hij drukte in stilte de hand van den Parijzenaar. Hij bedankte hem aldus voor de zorg voor het jonge meisje, wier vermomming hij zichzelf ontzegd had te herkennen.

Eenige minuten later hield ieder zïch onledig met de toebereiding van het maai. Voor het eerst sedert langen tijd, zou de karavaan niet marcheeren tijdens den nacht. Men ging een voorraad slaap opdoen, met het oog op de toekomst.

Maar de gezichten bleven peinzend. Een verzwegen onrust, die gemotiveerd was door het onbegrijpelijk ongeval, dat de rij-, dieren had getroffen, drukte zwaar op de gemoederen der pioniers.

Op eenigen afstand zittende van hun metgezellen, waren de jagers in een levendig, maar fluisterend gevoerd gesprek gewikkeld.

Dus hebben ze den spijker op den kop geslagen, gekscheerde Peter.

Lach niet Ik heb een naar oogenblik doorgebracht. Het zweet liep me tappelings over den rug.

Dat is dezelfde ziekte der muildieren.

Maar morgen wat te doen, als de Comanchen niet zijn opgedaagd?

Dan breken we het kamp op, patroon.

En in de vlakte zullen we door de Roodhuiden worden verpletterd.

% Me)t Gods genade men sterft maar

eens!

De handen van Gairon vielen op de schouders van zijn geëmpIoieerde en klemden deze als in een schroef.

Maar ik wil niet, dat zij sterve! riep hij op hartverscheurenden toon.

Peter boog het hoofd. Wat anders had hij kunnen antwoorden, dan:

Ge hadt het gevaar niet moeten vergaderen boven haar hoofd!

Zonder twijfel begreep Francis wat er omging in het brein van zijn metgezel, want zijn knellende druk verminderde allengs.

Enfin, zei hij zachter, de teerling is geworpen! Tot iederen prijs moeten we

den strijd aanvaarden rondom het Zwarte Meer. Daarvoor is het noodzakelijk dat de Comanchen....

O, als dat alleen- u zorg baart, patroon, dan zult ge weldra tevreden zijn.

Hoezoo?

Uw blik is bepaald beneveld door de zorg voor de Mestiza, want ge zoudt me anders die vraag niet doen.

Goed dan! Ik ben blind maar spreek!

Welnu, patroon, kijk eens naar de paar- I

den. Ze zijn onrustig. Als ze grazen, staken ze plotseling en beuren den kop op, rekken

den hals uit naar de vlakte Ge weet toch

wel, dat die teekenen altijd de nadering aankondigen van Indianen de dieren ruiken

hen van verre als wilde beesten. Dat is zoo.

Al een uur lang heb ik het gezien. Als de arme stakkers aanstonds gaan beven en klagend hinniken, kunnen we gerust zeggen: de Prairie is niet meer leeg. De Roodhuiden hebben ons in de gaten.

Hij had dit nauwelijks gezegd, of een paard begon pijnlijk te brieschen.

De Canadeezen waren opgesprongen.

Hebt ge het gehoord? vraagde Gairon.

Ja, patroon. Het verrast me immers niet, ik verwachtte het.

Een tweede gehinnik liet zich hooren, droeviger dan het eerste, schrik te kennen gevend en angst.

Er" ontstond beweging in het kamp.

Fabian Rosales, evenals alle hacendados der grens, gewoon aan plotselinge overvallen van plunderende Indianen, kwam op de Mayos aansnellen.

Paarden vastbinden! beval hij. Hun angst wijst op de nabijheid van Indios-bravos (struikroovers-Indianen).

Als een donderslag weerklonk dit bevel. Oogenblikkelijk waren de krijgers van den Puma, het opperhoofd zelf naar de zadelen lastdieren heengesneld en bonden ze de paarden zoodanig vast, dat zij niet van panischen schrik konden vluchten, want dikwerf waren de karavanen van zoo iets de dupe geweest.

Op het geroep van den hacendado waren Dolora, Krekel, de Canadeezen en Coëllo op hem toegeloopen. Een kruisvuur van vragen volgde:

Roodhuiden? Roovers hebt ge gezegd? > Waar zijn ze? Hoe komt ge op het idee? Gairon haastte zich te antwoorden: Senor Rosales is een ruiter van de grens. Hij kent de uitwerking op huisdieren, wanneer Indianen van de prairie in aantocht zijn.

En gij deelt mijn vrees, niet waar? vraagde Fabian.

Ja, senor. Een oogenblik geleden, sloegen we de paarden gade, Peter en ik, en we zeiden tot elkaar: Het schijnt wel, dat ze de scalpen ruiken!

Met somber zwijgen werd de bevestiging van den Canadees ontvangen. Deze hernam:

Het gehinnik der verschrikte paarden heeft onze aanwezigheid verraden. Wij zullen zeker worden aangevallen.

Denkt ge dat? stamelde Coëllo met bevende stem.

Ik ben ervan overtuigd, kleine Coëllo. Gelukkig is onze positie bewonderenswaardig. In de wildernis kan men nooit voorzichtig genoeg zijn, wat de keuze betreft van kampement

Sluiten