Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stonden de wachters, leunende op hun vuurwapen; als zwarte standbeelden staken ze af bij het schijnsel der nachtvorstin. Alles lag in diepe rust. De alom heerschende stilte werd nu en dan slechts afgebroken door den schreeuw van een op jacht zwervenden roofvogel, door het eentonig gekabbel van het Zwarte Meer, dat op honderd meters afstand onder het bivak lag, met zijn donkere oppervlakte, door het maanlicht beschenen.

Van den kant der prairie gaf geen geluid de aanwezigheid van Indianen te kennen. Klaarblijkelijk hadden de krijgers der wildernis, even voorzichtig als dapper, de sterkte der positie van den vijand verkend, en dachten ze nog aan geen aanval in zulk een maanhelderen nacht, die bun ondernemen volstrekt niet kon begunstigen.

Toch waakten ze. Bij tusschenpoozen vernam men uit de-vlakte het luguber geluid van den oe-oeave (katuil der prairie). De nabootsing was volmaakt, doch het geoefend oor van den jager laat er zich niet door misleiden. Aan bijna onbemerkbare modulaties kan hij onderscheiden, dat deze kreet afkomstig is van een menschelijke keel.

Plotseling was Francis opgestaan. Hij schudde Peter wakker, die in volle lengte op een rotsblok uitgestrekt, den slaap genoot, met de onbezorgdheid van een man, bij wien bet leven in de open lucht een tweede natuur is geworden.

Het plotseling ontwaken is bij de zwervers der prairie evenzeer een gewoonte. De geëmpIoieerde richtte zich aanstonds klaar wakker op:

Zijt gij het, patroon?

Ja, luister. Het „rooie gespuis" laat zich — tegen zijn gewoonte in — niet onbetuigd.

Ik heb het gemerkt, patroon.

En wat leidt je eruit af?

Dat de schurken talrijk genoeg zijn om zich verzekerd te achten van de overwinning. Ze hebben bepaald onze positie verkend. Sterk is ze, dat is buiten kijf; maar het is een muizenval. Eenmaal hier geblokkeerd, kom je 'r niet uit. Achter ons de steile rots, vóór ons de vlakte, door de roode duivels bezet.

Wat niet belet, dat, als ik het wil, we hun tusschen de vingers doorglijden. Als we onze lasso's aan elkaar binden, kunnen- we afdalen naar den oever van het Zwarte Meer

De manschappen, ja maar de paar¬

den niet

Wat kan het schelen! Ik heb altijd meer vertrouwen gesteld in mijn eigen beenen dan in die van het beste paard.

Ik ook, patroon. Maar onze tochtgenooten zullen geen twaalf of vijftien mijlen kunnen afleggen. Bij dag zullen de Indianen onze vlucht bemerken en ons weldra hebben ingehaald.

Francis glimlachte treurig:

Het ligt ook niet in mijne bedoeling van dit middel gebruik te maken. Je weet toch, mijn brave, dat ik een langdurige insluiting

of blokkade wensch om tijd te winnen.

Ik dacht alleen aan haar.... Aan haar, je begrijpt wat ik zeggen wil, — zij moet niet sterven. Het is langs de rots, dat ik op een gegeven oogenblik hulp zal gaan halen.

Hulp?

Bij de gezworen vijanden van de Apachen en Comanchen. De Seminolen?

Wier dorpen aan de oevers liggen der Canadeesche rivier.

En na een oogenblik zwijgens:

Ik stond erop je dit toe te vertrouwen. Als ik kom te vallen, zul jij naar de Seminolen gaan.

Qoed— dan zal het nog wel een tijdje duren.

Gairon schudde peinzend het hoofd:

De toekomst is voor den mensch verborgen; wie zich sterk waant, kan al met een voet in het graf staan. Beloof me te doen wat ik zeg, voor het geval dat een kogel me schrapt uit het levensboek.

Plechtig stak Peter de hand op:

Ik zweer het u, patroon.

Het is goed. Mijn dank. Ik gevoel me nu geruster.

Francis had dit nauwelijks gezegd of het oe-oe van den katuil weerklonk uit de diepte van den afgrond.

Hoor, patroon, murmelde Peter.

Ik heb het gehoord.

Die vervloekte Apachen hebben gedacht als gij, patroon. Een bende van hen is door de Zwarte Vallei geslopen. Ze waarschuwen ons, dat ook van dezen kant de aftocht is afgesneden. Die vuile honden bespotten ons op den koop toe. Ik heb trek, ze met een karabijnschot te woord te staan.

Aflaten hoor! protesteerde Gairon. Hun aanwezigheid zal mij of jou niet beletten erdoor te sluipen, als het oogenblik is gekomen. En fluisterend voegde hij eraan toe: Op dit punt bespoelt het water van het meer den voet der rots. Aan de zijde ervan, ter halver hoogte, is een nauw vooruitstekend punt, dat in een opeenstapeling van enorme bazaltblokken zich schijnt te verliezen. Maar die schijn is bedriegelijk. Die zoogenaamde luchtweg loopt ten noorden der vallei uit op een engte waar men kan doorkruipen.

Peter moest glimlachen! Ik begrijp, patroon, zei hij, waarom gij erop stond om tot hier te komen. Een onneembare positie voor een bivak en een veilige linie om te retireeren. Maar hoe weet u dit alles? Tien jaren zwerf ik met u door de wildernis en nooit zijn we op dit punt gekomen.

Een droefgeestige uitdrukking verscheen cp Francis' gelaat.

Twee jaren, voordat ik je heb ontmoet, ben ik er geweest.

Uw eerste campagne zeker?

Sluiten