Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En vlug als een hinde, terwijl haar voeten nauwelijks den rotsachtigen bodem raakten, verwijderde zij zich.

Tien minuten later daalde de jager, na zijn wapens hij zijn geëmpIoieerde te hebben achtergelaten, de helling af, alleen beladen met een langen staak aan het uiteinde waarvan een wit linnen lap fladderde.

Weldra had hij den kalkachtigen grond der vlakte onder zijn voeten. Men had hem zonder twijfel bemerkt, maar de Indianen hielden zich alsof zij niets hadden bespeurd. Zij gingen voort met hun bezigheden, alsof niets buitengewoons plaats vond.

Die honden! Tjromde Francis. ze zullen een eerlijken jager noodzaken het woord tot hen te richten als een suppliant.

Hij stond even stil en met een zucht kwam het hem uit het hart:

Een eerlijk jager Ben ik wel een eerlijk man, nu ik verward zit in de mazen van een dubbelhartige verbintenis? Ik kan immers de eene niet nakomen zónder de andere op te offeren. Ben ik een rechtschapen mensch? Wie zal mijn geweten verlichten? Wie mij redden uit dit miserabel parket?

Hij vervolgde zijn weg. Nu stiet hij op de linie der schildwachten van den vijand. In oorlogstenue gesohilderd, de kruin van den scalp versierd met de onderscheidingsteekenen van hun stam, lieten de Roodhuiden hem passeeren, in onbeweeglijk staande houding, het einde der lans in den grond gestoken. , ' , .

Komaan, mompelde Gairon, de schelmen weten heel goed, dat ze van een jager zonder karabijn niets hebben te vreezen.

Op eenigen afstand verhief een gestreepte tent haar spits boven de oppervlakte der prairie. Daarheen richtte de Canadees zijn schreden. Naderbij, gekomen, bemerkte hij, dat deze gevuld was met krijgers, in een kring op steenen gezeten.

Een vergadering van opperhoofden, meesmuilde Gairon De vuiliken wachten me

met al den toestel waarover ze kunnen besohikken. , . ,

Een plotselinge gedachte schoot hem te•binnen: Er zou toch wel een oplossing zijn

te vinden, mompelde hij Als ik dood

• ware, kon ik de Mestiza niet meer ten bate

van Sullivan verraden ' ze zou zonder

.vrees haren tocht kunnen voortzetten.

Een mist toog hem voor de oogen: Dood! Maar dan zou ik haar niet weerzien, prevelde hij zacht, alsof hij bang was voor zijn eigen woorden. De herinnering aan den armen jager, die voor haar stierf, zou echter

bij haar in zegening blijven. Ja Dat is

het Ik zal die prairiewolven doen besluiten me aan hun martelingpaal vast te

binden Ze zullen er wel ooren naar

hebben; 't is een verzoeking voor hen om de raadstent te sieren met den haartooi van een vijand, die reeds een zeker aantal hunner krijgers naar de geestenwereld heeft gezonden.

Onder deze alleenspraak was hij den in;ang van den wigwam (tent) genaderd.

Daar bleef hij staan en overzag de versaderde opperhoofden.

Ze waren met hun tienen, maar tot zijn groote verbazing bemerkte Gairon, dat ze tien stammen vertegenwoordigden van de wildernis. Comanchen, Apachen, Papagos, Utapis. Broederlijk naast elkaar zittend, schenen ze hun onderlinge oneentgheden te hebben vergeten om slechts één enkel volk uit te makeii. Klaarblijkelijk was een verbond, althans voor het oogenblik, tot stand gekomen, dat al de stammen der prairie in zich had opgenomen.

De afgezant der Bleékgeziohten trede den wigwam binnen van den Rooden Gier van het Rotsgebergte, zei met een spelonkachtige stem een krijger met grijze haren, die vóór het front van den ingang was gezeten.

Francis gehoorzaamde. De Roode Gier wees hem een steen aan. die onbezet was gebleven. .

De jager voldeed aan de uitnoodlging en liet zwijgend zijn blikken over de aanwezigen gaan. Hij kende de Indiaansche gewoonten. Hij wist, dat koelbloedigheid en phlegma de hoofddeugden uitmaken van de stammen der woestijn. Een opperhoofd mag noch nieuwsgierigheid, noch verrassing, _ vreugde of vrees verraden.

Het opperhoofd, dat zoo éven gesproken had, nam uit zijn gordel een pijp van roode aarde, met langen steel. Hij stopte deze langzaam met tabak, uit een lederen zak te voorschijn gehaald.

Alle hoofden ontvingen de pijp, een voor één. Eindelijk kwam ze aan Francis Gairon. Deze bracht ze aan de lippen, en gaf ze vervolgens terüg aan den Rooden Gier.

Volgens gebruik van de prairie, waarbij voor iedere beraadslaging of samenkomst een dergelijke plechtigheid plaats 'dient te hebben, hadden de aanwezige vijanden de calumet van overleg gerookt.

Mijn blanke broeder, hernam alstoen de Roode Gier, mijn blanke broeder komt tot ons als parlementair; hij heeft dus niets te vreezen en kan getrouw de woorden overbre gen, die men hem heeft opgedragen ons te doen hooren.

De Canadees boog: Vasthand heeft nooit vrëes gekend.

Op het hooren van dezen bijnaam, dien zijn behendighe'd met de karabijn hem onder de Indianen had verworven, bogen de krijgers eerbiedig het hoofd. _

Er zijn ginds, hernam de jager, reizigers, die zich verwonderen door de dapperen der prair'e te worden aangevallen. .

Hunne verwondering bewijst, dat de Groote Geest hun het geheugen heeft ontnomen, antwoordde het keelgeluid van het Roode Opperhoofd. Zij zouden zich anders herinneren, dat hun kogels onlangs twee krijgers 'henben neergeveld, die nog niet zijn gewroken. Daar hebben we 't, zei Francis tot zich

Sluiten