Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zeiven, daar hebben we de poppen aan het dansen. En overluid:

De reizigers dragen geen kennis van het feit. De schuldige heeft verzuimd zich bekend te maken. De Mestiza, de Maagd van Mexico, 'heeft haar roode broeders lief als de anderen, en zoo zij kennis droeg van de misdaad, zou ze den bedrijver eigenhandig uitleveren aan de opperhoofden der Indianen.

Er volgde een stilte van eenige oogenblikken. De Roodhuiden overlegden onderling en Gairon wachtte met spanning het resultaat af hunner overpeinzingen. Eindelijk hief de Roode Gier de hand op:

Als de hinde vlucht voor den jager, door haar jongen gevolgd, sprak het opperhoofd met den nadruk van den Indiaan, stelt ze 'het allereerst vertrouwen in de snelheid van haren 'loop; maar zoodra ze bemerkt, dat gevangenschap haar dreigt, tracht ze den vervolger van het spoor te leiden door een harer jongen in den steek te laten. De roode mannen zijn noch praatzieke vrouwen noch onnoozele kinderen. Door zulke eenvoudige middelen laten zij zich niet om den tuin leiden.

Gairon sidderde. Hij had een vaag voorgevoel, dat de aanval waaraan hij zich had schuldig gemaakt in de oogen der Indianen, slechts als een voorwendsel werd gebezigd om Dolora en haar metgezellen te treffen. Hij deed echter nog een poging:

De Roode Gier spreekt met de wijsheid van een groot opperhoofd. Dat verwondert mij echter niet, want zijn roem is tot mij doorgedrongen. Maar zijn blikken zijn verduisterd door het bloed zijner krijgers, hij ziet al mijn metgezellen door een Moedigen sluier en onderscheidt geen onschuldigen onder de misdadigers van beroep.

En op zachter toon: Het streven der Mestiza is de vrijmaking der Zuidelijke Staten. Creolen of Roodhuiden, al wat tot het Zuiden behoort, ligt binnen den kring harer teedere zorgen. Niemand draagt zij vijandschap toe.

Maar de Indiaan viel hem heftig in de rede:

Waarom bezoedelt mijn broeder zijn lippen met een leugen? Een leugen?

Ja zeker. Zij, die ge de Mestiza noemt, weet wel dat ze de lieden van bet Zuiden misleidt, dat bet Eendracht-halssnoer niet

bestaat, maar een hersensohim is Wat

wil zij dus? Ons losmaken van onzen Vader Wash'ngton (president der Vereenigde Staten) en ons in den krijg wikkelen met de in het grijs gekleede oorlogsmannen (soldaten der Unie). Maar wij zullen niet luisteren naar haar welluidende stem; de booze geesten hebben haar veel bekoorlijkheid verleend, wij echter zullen er ongevoelig voor blijven. Geen kwaad doen wij haar, zoo zij zich wil neerzetten aan onzen haard. Wij zullen haar teruggeven aan den Vader te

Washington, en rustig kan ze haar dagen slijten in eene stad van het Noorden. Maar zoo zij ons noodzaakt den tomahawk (slagbijl) te zwaaien, zal ze sterven met allen die haar vergezellen, en haar scalp wordt opgehangen in den wigwam van een onzer krijgers. Ik heb gezegd.

Deze laatste woorden hielden in, dat het opperhoofd de samenspraak als geëindigd beschouwde. Francis Gairon hield zich alsof hij dit niet begreep.

Vele lieden, zei hij, zullen in die worsteling bezwijken. Uw stam zal gedecimeerd worden en in gevangenschap weggevoerd door rasgenooten, die geen deel hebben genomen aan den strijd.

Alle Indianen der wildernis zijn bondgenooten, hernam het opperhoofd kortaf.

Bondgenooten op dit oogenblik, — zullen zij het binnen eenige maanden nog zijn? En als uwe krijgers deze vlakte met hun lichamen bedekken, zult ge dan uw dorp nog kunnen verdedigen?

De Roode Gier glimlachte even: Gij spreekt nuttelooze taal. Een jager moest daarmêe zijn tijd niet verbeuzelen, maar dit aan squaws (vrouwen) overlaten. Keer terug tot uw natie, en deel uwen krijgers mede wat gij gehoord hebt.

En dat de Mestiza zich op genade aan u zal overleveren! riep de Canadees onstuimig. Dat zal zij nooit doen. Wij allen geven er de voorkeur aan om te sterven.

Dan zult ge sterven.

Maar eerst na ons te hebben gewroken!

De Roodhuid schudde ontkennend het hoofd:

Een aanvoerder weet het 'leven te ontzien van zijn onderhoorigen. Uwe positie is met geweld onneembaar. Wij zullen die niet aanvallen, om het hoofd ertegen te stooten. Wij zullen ze enkel nauw insluiten.

Gairon 'liet een luiden schaterlach hooren: Gij rekent op den honger, om ons tot rede te brengen?

Ja. Daarop is ons plan gebouwd.

Bereid u dan voor op een langdurig verblijf alhier. Wij hebben levensmiddelen in overvloed.... weken, maanden zullen ver'loopen

De Groote Geest heeft den Indiaan geduld geschonken. Wat kan het schelen de nederlaag af te wachten van een vijand, als men er zeker van is, dat hij door den honger zal bezocht worden, die zijn bloed zal verarmen, hem van kracht berooven en eindelijk hem buiten staat zal stellen zich van zijn wapenen te bedienen, die voor zijn zwakke handen te zwaar zullen zijn geworden.

O! brulde de Canadees buiten zich zel-

vèn Eer het tot zoover komt, zijn we

tot u gekomen en zal de vlakte gedrenkt worden met uw bloed!

Hij zweeg plotseling. De ironie, welke in de oogen der aanwezigen stond te lezen, bewees hem hoe ij del zijn snoeverij was.

En hoe zouden ook hoogstens vijftien

Sluiten