Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vuurhart.

De Roode Gier en de Bison wisselden een ongerusten blik.

Ochs! zei de eerste. De strijdbijl is tusschen Seminolen en ons begraven, het is dus een vriendenbezoek, dat wij ontvangen.

Maar de Panterkat schudde het hoofd: Het is een krijger, die het woord overbrengt van zijn stam.

Er volgde een stilte.

De opperhoofden veinsden 'kalmte, maar een hevige ontroering maakte zich van hen meester. In weerwil der gewone snoeverijen, der bravo's van de Prairie, ontveinsden zij zich niet, dat het optreden der Seminolen ai hun plannen in duigen zou doen vallen. En de oude gehechtheid kennende der Seminoolsche stammen voor de Azteken, hadden ze een voorgevoel dat de tegenwoordigheid van Vuurhart in verband stond met die der Mestiza. Maar zij mochten van hun bezorgdheid niet doen blijken, daarom sprak de Roode Gier op schijnbaar kalmen toon:

Breng den man hier dien ge ons hebt aangediend.

Het is een vijand die tot ons komt, mompelde de Roode Gier, zoodra hij zich met den Bison alleen bevond. Wij zi,n niet sterk genoeg meer om den worstelstrijd tegen de Seminolen vol te houden, hernam het oude opperhoofd. De dappersten onder de Apachen en Comanche krijgers sluimeren onder den brandenden grond der prairie-woestenij. De tijd is ver, dat onze mannen krachtig in aantal en onweerstaanbaar waren. Voorheen schreven wij de wet voor, thans zullen wij de bevelen dezer, honden van Seminolen hebben af te wachten.

De Bison fluisterde hem in het oor: Gij vreest, dat Vuurhart hèn wil beschermen, die wij hebben ingesloten, ons wellicht beveelt hun den vrijen pas te geven?

Ja, daarvoor ben ik beducht.

Als-dit zoo ware, wat zoudt ge dan doen?

Het leven onzer krijgers is kostbaarder dan de geschenken der zonen van Washington. Ik zal moeten toegeven, antwoordde de Roode Gier.

De Bison zag hem doordringend aan: Roode Gier is een groot opperhoofd,-hernam hij. Zijne wijsheid staat hooger dan van hen die hem gehoorzamen. Maar zijn geest is als het zonlicht, dat ook wel schaduw maakt. De prairie is vol hinderlagen. Ook een dapper krijger, als Vuurhart, kan er den dood ontmoeten.

Gij zoudt?

Ik wil niets, edelste der Comanchen! Ik zeg. dat een ongeluk kan gebeuren.

Stilte! gebood de Roode Gier, men komt. Mijn broeder Bison zal mij 'hierna wel 'in zijne ziel laten lezen. ,

Vuurhart, door de Panterkat geleid, stond aan den ingang der tent, met de handen gedrukt tegen zijne wangen. Na deze beleefdheidsbetuiging ging hii met gekruiste beenen tegenover de opperhoofden zitten, een onbe¬

wegelijke houding aannemende, in afwachting, dat zij het woord tot hem zouden richten.

Mijn broeder heeft een langen rit afgelegd, begon de Comanche. Het stof der woestijn heeft den luister van zijn haardos bezoedeld.

Vuurhart had haast om het groote opper^ hoofd te begroeten, wiens naam beteekent, verstand en moed.

De Roode Gier is gevoelig voor de belangstelling van zijn broeder, die ondanks zijne jeugd reeds de dapperste krijgers evenaart. En met geveinsde bezorgdheid:

Maar het lichaam van Vuurhart heeft wellicht honger. Zal Vuurhart een stuk wildbraad willen aannemen?

Vuurhart luistert niet naar de stem van den honger. Hij heeft haast, met de woorden, hem door zijn volksstam toevertrouwd, mede te deelen aan de opperhoofden, die hem een gewillig oor verleenen.

De Comanche wisselde een snellen blik met .den Bison en antwoordde: Mijn broeder spreke. Zijne stem zal mij verheugen.

De wederzijdsche Indiaansche beleefdheidsvormen waren uitgeput. De tegenstanders zouden nu het ernstig gedeelte 'aanroeren van het onderhoud.

Gedurende eenige seconden zweeg de Semtaioolsche afgevaardigde, maar met vaste, zachtzinnige stem hervatte hij:

Gij hebt in het nauw gebracht, gij vertegenwoordigers van den stam der Apachen en Comanchen, gij houdt op giridsch plateau gevangen de Maagd van het Zuiden, die de inspraken ontvangt van den Grooten Geest, zij die uw broeders en uzelven tracht te redden. Wie zet u daartoe aan? Uw eigen vijanden, zij die u uw jachtgebied hebben ontnomen, aan wier hebzucht slechts paal en perk is gesteld door de grenzen der Prairie, niet wijl die begeerlijkheid verzadigd was, maar omdat daar niets meer voor hen was te halen.

De opperhoofden zwegen onder den indruk dezer vlijmende woorden van den afgezant.

Toen hebben de vergaderde Seminolen gezegd: Onze Roode broeders vergissen zich. Buiten twijfel hebben de booze geesten hunne gezonde rede-verduisterd. En. de hoofden van mijn stam hebben mij uitverkoren om u de waarheid- te doen vernemen.

De Roode Gier was over het gesprokene in diep gepeins verzonken. Een raadsbesluit van den machtigen Seminoolschen stam luidde als een bevel. Gehoorzamen was plicht, op straffe van den oorlog te ontketenen en de vernietiging, de uitroeiing te veroorzaken der laatste overlevenden van de Apachen en Comanchen. De Papagos en Utapis, hij was er zeker van, zouden geen oogenblik weerstand bieden aan den wil der Sem nolen, waarvan Vuurhart de boodschapper was.

Met de aangeboren dubbelhartigheid van zijn rassenaard, dwong de Comanche zijn gelaat tot een glimlach:

Het komt mij inderdaad voor, dat de schellen van mijn oogen vallen, dat nieuwe tijding

Sluiten