Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

begrepen ze het gevaar van een openlijken strijd met een Indiaanschen stam, die voor zich alleen meer krijgers in het veld kon brengen dan alle andere te zamen.

Vanuit «U» tent sloeg de Roode Gier alles gade en zijn met rooden oker besmeerd gelaat helderde op.

Indianen zijn voor alle verraad te vinden. Het door den listigen Bison gesmeed plan zou tot het einde worden volvoerd.

Wat het Apachen opperhoofd betreft, hij had de Panterkat meegenomen naar zijn tent en sprak fluisterend met hem

Aan het trillen der neusvleugels van den jonkman, aan de bezieling van diens wezenstrekken en zijn gebalde vuisten, Met het zich gemakkelijk aanzien, dat de woorden van den reus een wilde drift in hem gaande maakten.

Toen de Panterkat dan ook later langs de hut kwam waarin Vuurhart sliep, bromdehij:

De Panterkat zal zijn tanden zetten in het Vuurhart, zonder vrees zijn tong te zullen branden.

Onderwijl lag Francis Gairon in een rotskloof verborgen en wachtte hij den nacht af. Toen deze langzamerhand was aangebroken, trad hij uit zijn schuilhoek te voorschijn, en rondtastend ta' het duister, bereikte hij de nauwe engte waardoor hij weleer het Zwarte Dal had vertotea Geen Indiaansche krijger bewaakte den ingang.

Zoo, zoo! mompelde de Canadees, mijn. vriend Vuurhart schijnt in zijn zending te zijn geslaagd. De roode duivels hebben dus het beleg opgebroken!

Deze veronderstelling werd zekerheid voor den jager, toen hij in de basaltkreek aankwam, waarin het water kabbelde van het meer. De oevers waren verlaten. Zeer zeker, de Indianen waren afgetrokken.

Verrukt over deze bevinding en gehoor gevend aan een dier opwellingen, onder den invloed waarvan de sterkste man geraakt, als hij een groot gevaar is te boven gekomen, boog Francis Gairon de knie, en de armen ten hemel verheffende, waar tallooze sterren flikkerden, riep hij uit:

Heer van het heelal. Beschermer der zon-. nen en van de Oneindigheid, zijt gezegend, "Vader van het goede, dat Gij den dood hebt afgewend van Dolora's dierbaar hoofd!

Hij pinkte een traan weg, en opstaande, bereikte hij weldra de kroonlijst van de overhellende rots. Een half uur later kwam Mi zonder eenige hindernis aan het hooge punt, dat een ophijsching noodzakelijk maakte, om op het plateau aan te landen. Op zijn geroep werden hem de noodige lasso's toegeworpen waarmede hij zich opwerkte naar de kruin van de helling.

Dotora, Fabian, Krekel, Peter, Coëllo, de Puma met zijn Mayos wachtten hem daarboven. Hij drukte de hem toegestoken handen en met een door ontroering gebroken stem stamerde hij: De Indianen breken het beleg op. Vuurhart

het Semindolsche opperhoofd, die zijn stervenden vader verliet, teneinde de Maagd van Mexico te ontzetten, heeft het bevel ertoe gegeven.

Uitroepen van vreugde, levendige handdrukken volgden op deze woorden.

Welnu, Francis Gairon, zei de Mestiza, gij > zijt inderdaad de man, aan wien wij het welslagen der expeditie verschuldigd zijn,

Treurig schudde de Canadees het hoofd.

Ik heb gedaan wat ieder in mijn plaats zou verricht hebben. Ik heb niet gewild dat ge in handen zoudt "vaten der bandieten van de prairie.

De Canadees verwenschte inwendig zichzeiven. de loftuitingen te moeten aannemen van haar, die niet gissen kon, dat zijne daad van toewijding slechts de logische consequentie was van verraad.

Eensklaps verwijderde zich Dolora. Ernstige zorgen namen haren gedachtenloop in beslag. Het beleg van het Zwarte Dal was weliswaar opgebroken maar wat zouden de

belegerden thans doen? Voorzeker, het voornemen der Mestiza was: het grondgebied der Seminolen te bereiken; maar om er te komen, moest men tweehonderd kilometer woeste vlakten ^doortrekken, waar geen plantengroei, geen water, niets hoegenaamd was te verkrijgen.

Te paard zou zulk een tocht vier a vijf dagen eischen. Te voet waren er wel veertien dagmarschen mêe gemoeid, en de getrouwen der Mexicaansche Maagd zouden moeten marcbeeren, want hun rijdieren waren tijdens het beleg als voedsel verorberd.

Er moest raad geschaft worden. De Puma verhief eindelijke zijne stem. Heden' uitrusten, zei hij. Vervolgens uit de bagage alleen het noodige meenemen, de rest achterlaten, om geen onnoodigen ballast mee te sleepen.

Aldus werd besloten. Men zou des ande- • ren daags bij het krieken van den dageraad den tocht aanvangen.

In het heerlijk bewustzijn, dat men na eenige dagen vermoeienis het bevriende land zou binnengaan, sliepen de gezellen van Dolora ta, te midden der plechtige stilte van de Prairie.

Een lange reeks ruiters trok op dit oogenblik door de woestijn. Zwijgend, als bronzen standbeelden zittend in den zadel, keerden de Indianen, aangevoerd door den Rooden Gier. terug naar het Zwarte Dal, dat zij daags tevoren hadden verlaten. Op den morgen van dezen dag hadden de Apachen en Comanchen, na een langen marsch, waarbij Vuurhart hen had vergezeld, hunne legerplaats opgeslagen op veertig mijlen afstand van Dolora. Vuurhart had de verraderlijke handelwijs van den Rooden Gier niet vermoed. Na eenige uren rustens had hij het kampement der Indlos verlaten om zijn eigen stam weer op te zoeken.

Een veertig minuten later hadden twee ruiters, de Bison en de Panterkat zijn spoor gevolgd. Het plan, dat onder de tent van den

Sluiten