Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het u te weten, dat ik u zeer dankbaar ben voor uwe verknochtheid aan onze zaak.

Zij' verwijderde zich. Op somberen, bijna norschen toon, gromde Gairon:

Waarom hebt ge mij belet mijzelven aan te klagen. Het heerlijkste geluk zou voor mij op dit oogenblik zijn, boete te doen, den jongsten snik te geven in haar tegenwoordigheid.

De geëmpIoieerde achtte het niet geschikt hierop te antwoorden, en de twee mannen bleven onbeweeglijk op de plaats waar ze door de komst van Dolora waren verrast. Van daar konden ze de geheele linie der verdedigers overzien. Op tien pas van hen stond' Krekel, vervolgens Rosales, Coëllo, de Mestiza. Iets verder had de Puma zijn Mayos opgesteld.

Als bronzen standbeelden volgden de krijgers, achter -rotsblokken verscholen, met flikkerende oogen de bewegingen van den vijand. Een weinig achter de linie zagen de jagers alles wat omging, zonder zeiven gezien te worden.

Onderwijl stegen er geluiden op uit de vlakte: het nagebootst geschreeuw van den vischarend, het geblaf van boschwolven.

De bandieten zingen, cm ons té bespotten, bromde Francis.

Neen, zei Peter met zijn gewone kalmte. Ze waarschuwen elkaar, om hun opmarsen te regelen. En schouderophalend: Kom, kom patroon, ze weten, dat alvorens ons genaderd te zijn, velen hunner naar de gewesten der geesten zullen verhuisd zijn. Zij achten zich verzekerd van de overwinning, maar twijfelen er niet aan dat ze duur gekocht worden.

En als antwoord op een plotseling invallende gedachte:

Maar hoe hebben die schuimers van de wikiernis eraan gedurfd, om hun relletje weer te hervatten na het bezoek van het opperhoofd der Seminolen?

Dat is juist wat Ik niet begrijp.

Er moet een verraad onder schuilen van1 de roode duivels.

Misschien heeft Vuurhart zijn edelmoedige itusschenkomst met zijn leven geboetHij was een dapper man, murmelde Gairon met een grafstem, alsof hij een lijkrede hield.

Ja, dat was hij, bevestigde Peter.

Maar de Canadeezen zwegen eensklaps. De fictieve of schijnbare struiken, die een uur reeds zich langzaam bewogen op de vlakte, waren den voet der rots genaderd waarop de belegerden hun bivak hadden. En andere struiken volgden hen, het was als een wandelend bosch. *)

Aan den voet van den heuvel mengden zich de takken dooreen, verdikten zich van lieverlede en vormden-ten laatste een dicht boschaadje.

De belegeraars stapelden zich opeen in

0 Toespeling op het laatste bedrijf van Skakespeare's Macbeth: Het wandelend woud van Dunsinante.

V. D. Q.

massa, alvorens hun vervaarlijk krijgsgescheeuw aan te heffen.

BI.... zei Peter, dat kenmerkt een onweerstaanbare poging. De schurken schijnen goed ingelicht. Ze kennen ons gebrek aan patronen en zullen een twintig of dertig hunner krijgers opofferen, omdat ze er zeker van zijn dat de anderen hier zullen aanlanden.

Francis sidderde over zijn geheele lichaam.

Hier aanlanden, zeg je.... Ze zijn er zeker van Maar jij, jij denk je, dat ze zullen slagen?

Kogels zouden hen alteen kunnen tegenhouden?

Welnu?

Als we 'ieder onze vijf patronen hebben

verschoten is het uit.

Uit!

De Canadees'was loodkleurig .geworden. De athleet gevóelde dat het noodlot hem had verwonnen.

Ze zullen hier komen, stamerde hij.... En zij.... zij.... zal hun gevangene wezen. Dwars door de wildernis zullen ze haar wegvoeren, door de cactus- en nopalvelden, wier stekelige doornen haar voeten zullen verscheuren. Aan de Noordelijken zullen ze haar uitleveren, en in een gevangenis, waarin gebrek is aan lucht en licht, zal de Bloem van het Zuiden verwelken.

Met een geweldigen' slag sloeg hij zich op de borst:

En dat is mijn schuld, mijn schuld:......

mijne misdaad!

Een vreeselijk gebrul, brak de woorden van den ongelukkigen jager af. Plotseling op een gegeven teeken, hadden de Indianen zich ontdaan van de takken die hun tot dekking dienden, en beschilderd volgens krijgsgebruik, grijnzend en schrikwekkend, stortten zij zich op de helling van' den heuvel, onder het uitgillen van hun woest krijgsgeschreeuw.

Het beslissend uur had geslagen..

Als duivels springen de Apachen en Comanchen tusschen de rotsen, moedigen ze elkander aan en stormen ze als in een wedloop voorwaarts. Bewonderingswaard zijn ze in doodsverachting en schrikwekkend tevens.

Bedaard en met zeker leedgevoel lossen de belegerden hun schoten', want hun geringe voorraad ammunitie slinkt meer en meer.

Alle kogels treffen doet in de krieuwelende massa's van Roodhuiden, die zich vastklampen aan den rotswand van de onneembaar gewaande sterkte.

Dooden blijven achter, uitgestrekt op den grond, met de armen in den vorm van een kruis.. Gekwetsten, in hun woedenden stormaanval gestuit, besproeien de rotsen met hun bloed en verspillen hum laatste krachten in brullende kreten en scheldwoorden aan het adres der Bleekgezichten.

Methodisch telkens een Indiaan neervellend, heeft Francis Gairon viermaal achtereenvolgens zijn karabijn afgeschoten.

Een enkele patroon blijft hem over.

Een oogenblik houdt hij deze tusschen de

Sluiten