Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ach! murmelde de pseudo-bediende. Hij heeft nooit in mij Vera Rosales herkend, 'die hem liefheeft. Heb ik dan ongelijk gehad met te hopen, te vreezen, gevaar te loopen de ontevredenheid gaande te maken van mijn vader, om het hart van dezen Franschman te veroveren?

Een wijle bleef ze voor zich uit staren, terwijl een rimpel op haar voorhoofd verscheen door de inspanning van haar overpeinzing.

Gelijk of ongelijk, hernam ze eindelijk, wat doet het ertoe, nu mijn hart onweerstaanbaar zich tot hem voelt aangetrokken?

En na een poos zwijgens voleindde ze met trillende stem:

Ik wil toch weten waar het op staat

Tijdens zijn afwezigheid heb ik een brief

onder zijn tent geschoven hij zal dien

vinden en mijn lot moet beslist worden.

Met ingehouden adem, bevende van gespannen verwachting, bleef ze daar zitten, haar groote verwarde oogen gevestigd op de tent die haren uitverkorene aan haar blikken onttrok. Zij gevoelde geen kracht meer het stilzwijgen te bewaren en voor het aanschijn van haren held het masker vol te houden van den onbekenden en raadselachtlgen bediende Coëllo.

Op eens sidderde ze aan al hare leden.

De welluidende stem van Massilia liet zich hooren:

Corpo di Baccho! Heb je in de wildernis zelfs een postdienst?

Vera klemde de handen op haar hart en prevelde:

Mijn brief. Hij heeft mijn brief gevonden. Zij hoorde hoe hij het couvert verscheurde.

Nu leest hij wat ik heb geschreven. 'En dit was zoo. De nieuwsgierige Marseillaan las:

„Senor,

„In de wildernis moet men openhartig zijn. De tijd ontbreekt voor lang dralen, voor ingewikkelde phrazen waarin stedelingen zich vaak vermeien.

„Evenals, wanneer de arend niet snellen wiekslag door het luchtruim zwiert, de jager moet aanleggen en vuren, zoo moet ook een minnend meisje, wanneer de man voorbij gaat, dien zij heeft uitverkoren, hem zonder omwegen haar gevoelens openbaren.

„De arend of de uitverkorene;' haars harten zouden weldra zich verwijderen en verdwijnen voor immer, de een in de onmetelijke blauwe ruimte van het uitspansel, de andere in de grenzenlooze Uitgestrektheid der woestijn.

„Ziedaar waarom u vóór dezen, als vluchtige gast van Don Fabian Rosales, op het kozijn van uw vensterraam den ruiker hebt gevonden van den sospiriano, die den cavalier zegt: Senor, u wacht eene bruid.

„Ziedaar waarom, hier, in het Zwarte Dal, gij dezen brief ontvangt, die u herhaalt: een verloofde denkt aan u.

„Zoo gij bewogen zijt met het lijden van haar, die wacht zonder hope, schrijf haar dan ook, laat uwen brief liggen in Uwe tent en verwijder u.

„Zij, die deze regelen geschreven _ heeft, zal wel weten, hoe ze in het bezit kan komen van dat kostbaar stuk papier.

Geteekend:

De ruiker van den sospiriano."

Toen hij de lezing had geëindigd, sloeg Scipio Massilia zich herhaaldelijk voor hef hoofd:

Ta, ta, wat beteekent dit alles?

En in een plotselinge opwelling snelde hij naar den ingang der tent, en het jonge meisje bespeurend, zonder in het minst te vermoeden dat onder hare uitrusting van bediende de geheimzinnige schrijfster was verscholen:

Hè, Coëllo, zei hij, je hebt zeker al lang hier gezeten, oolijke snuiter?

Op dit gewichtig oogenblik aldus toegesproken, geraakte Vera buiten westen en stamerde ze:

Ja, Senor.

Dan is alles in orde, mijn jongen.... ge zult me dus het raadsel wel kunnen oplossen.

Met zijn natuurlijke onstuimigheid kwam hij op haar aan, greep hij hare hand en snugger heette het:

Ge hebt de Senora gezien, die in mijne tent is gekomen niet waar?

Geheel en al van haar stukken door de onverwachte wending van het gesprek, brabbelde het arme meisje, zonder te weten wat ze zeide:

Ja, Senor.

Ja sappristi, dat is prachtig. En hoe

ziet ze 'r wel uit?

De gewaande Coëllo bleef met den mond vol tanden.

Goed, zei Scipio, ik snap het Daar heb je zeker niet op gelet. Op jou leeftijd en bij zoo'n temperatuur mijmert men meer dan dat men nagaat wat zich aan iemand voordoet Je hebt dus een dame zien binnengaan, zonder haar gelaatstrekketa op te nemen.

Ja, dat is het eigenlijk, slaagde het jonge meisje er eindelijk in uit te brengen.

Och, ik kan het je niet kwalijk nemen,

jonge knaap Maar ik wil je een voorstel

doen.

Een voorstel?

Een uitmuntend voorstel. Luister. Ik luister, Senor.

Hier heb je een ons Mexicaansch goud

Welnu, sakkerloot, dat is voor jou, als je

me de schrijfster ontdekt van dezen brief

Je snapt het toch, ik zeg .schrijfster", omdat ze me geschreven heeft— ze vraagt

Sluiten