Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat ik haar zal antwoorden.... ta ta, ik ben beleefd, ik zou antwoorden, als ik haar kende; maar op dit oogenblik kan ik toch mijn handteekening niet geven aan iemand die zich verbergt.

Geheel onthutst, liet Vera werktuigelijk, het hoofd zakken.

Wat? Men beloofde haar een ons goud, haar, om het meisje te ontdekken, dat geteekend had met het onderschrift: „De'ruiker van de.i sospiriano."

Het was komisch en wanhopig. Zoo was hij dan reed^ twee maanden terug bij zijn kameraden, en op geen oogenblik zelf had 5cip»ohaar vermomming vermoed. Oh! nooit zou hij haar liefhebben!

Dus, ging Mass-lia voort, meer en meer volhardende in zijn dwaliiig, je gaat op onderzoek uit?

Ik zal gehoorzamen, Senor.

En zoodra je iets hoort, geef me een teeken. Ik ben zeer verlangend de Senora

Sospiriano te kennen Ze heeft althans

iets origineels en drommels, de origh,a-

lite.t schep je tegenwoordig maar niet zoo van de straat.

En op zijn hielen draaiend:

Een uns goud, Coëllo, denk er om.

Vera bevond zich alleen.

Vreeselijk was haar ontsteltenis.

Moest ze lachen over den toestand of huilen?

Jawel, koddig was het zeker, tegen een fatsoenlijke belooning, de opdracht te hebben ontvangen zichzelf te gaan zoeken. Wel aardig, maar haar verliefd hart voelde toch een zekere marteling van niet doorschouwd te zijn geweest.

Mijmerend, beurtelings met een glimlach op de lippen, dan weer met de oogen vol tranen, bereikt" het jonge meisje de grenzen van het kampement. In de schaduw van een rots, vlijde zij zich op den grond en ging ze voort dezelfde gedachten weer te herkauwen.

Onwillekeurig geraakten haar denkbeelden verward, werden ze vaag en onbestemd. De slaap begon op haar oogleden neer te dalen met haar onweerstaanbare loomheid.

Toen ze tot zelfbewustzijn kwam, was het nacht en scheen de maan aan het uitspansel.

Zachtjes richtte zij- zich op een elleboog en liet met verbazing haar blikken rondgaan.

Zij gevoelde zich tot rust gekomen, de verwarring die baar brein had overmeesterd, was verdwenen. In het bivak heerschte volkomen rust op de vlakte, om den rotsheuvel waarde diepe stilte. De alom heerschende kalmte bracht vrede, ook in hare ziel.

Opeens luisterde ze aandachtig.

Aan den anderen kant der rots, waartegen de gewaande bediende leunde, hoorde ze sprtken. Men sprak als in een droom, met afgebroken, hijgend stemgeluid.

Het wilde de dochter van den hacendado voorkomen, als herkende ze de stem ven Francis Gairon.

' Een oogenblik oplettendheid overtuigde haar, dat zij zich niet had bedrogen.

En de woorden die de Canadees sprak, waren als dolksteken voor haar, want zij 1 hielden een vreeselijke bekentenis in.

Door een onweerstaanbare zucht aangegrepen om tö weten, kroop ze om het rutsblok heen, dat den spreker aan haar oog verborg.

Behoedzaam stak ze het hoofd vooruit, Francis en Peter sliepen dicht bij elkander.

Maar terwijl de laatste den slaap genoot met de kalmte van een gerust geweten, wentelde de eerste zich onrustig om en heen en weer, alsof hij aan hevige wroeging te,i prooi was.

Droppelen zweet parelden op zijn voorhoofd, verwrongen stond zijn gelaat.

Ach! sprak hij met hijgend geluid.... vergiffenis, vergiffenis, Dolora, ik heb u gedood, opdat ge de slavernij zoudt ontgaan.

Vera rilde van het hoofd tot de voeten.

Wat zei toch wel die slapende? Hij beschuldigde zich, Dolora te hebben getroffen Welke Dolora? De Maagd van

Mexico, voor wier leven allen sedert een paar maanden beducht waren?

Maar Francis schrikte op in zijn naargeestigen droom. Krampachtig balden zich zijn vu.sten op zijn borst.

Daar, daar is dat vervloekte papier, dat mij tot werktuig heeft gemaakt van Joe

Sullivan Dat brandt en schroeit me op

het lijf Vergeef me, ik had geteekend, ik

mocht mijn woord ttiet verbreken.

Het jonge meisje moest zich aan het rotsblok vasthouden, om niet neer te vallen. De naam van Joe Sullivan was bekend aan alle Mexicanen van het grensgebied. -Voor hen was hij een Noord-Amerikaan zonder hart, zonder geweten, tot alles in staat om zijn doel te bereiken.

En de jager noemde zich zijn handlanger!

AJs aan den grond genageld, bleef Vera Rosales ter plaatse, de oogen onafgewend van den man, die zich beschuldigde, zelfs in den slaap.

Het verraad is de ondeugd, die de jeugd het meest tegen de borst stuit. De jeugd immers is oprecht, omdat al haar gevoelens eenvoudig en krachtig zijn.

Vera vraagde zichzelve af of zij niet droomde.

Het kwam haar als een onmogelijkheid voor, dat de Canadeesche jager, in wien de Mestiza haar vertrouwen had gesteld, haar had verraden, dat hij de laagste misdaad, den afschuwelijken sluipmoord zou hebben begaan.

Een onweerstaanbare schrik schokte haar geheele wezen. De Canadees ging voort met zijn zelfbeschuldiging.

Doch weldra lichtte het op in haren geest. Zij dacht er niet meer aan, haar ontdekking aan .haren vader mede te deelen, aan een der metgezellen van de Mestiza. Neen, door

Sluiten