Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Je handelwijs is voor mij een waarborg, dat je met lijf en ziel aan Dolora Pacheco verknocht zijt.

Mijn leven behoort haar.

Goed zoo. Je bent dus bereid mij te gehoorzamen en alles te doen om de schuldigen te ontmaskeren.

Alles. Ik heihaal het. Mijn leven behoort aan de Maagd van Mexico.

Perfect. Je bent jong, maar flink Ta,

ta, in Frankrijk zegt de dichter: de dapperheid wacht niet op het aantal jaren

Gemeenzaam legde hij de hand op den schouder van den gewaanden bediende, zonder te bemerken dat deze huiverde bij de aanraking.

Hoor eens, kleine, vervolgde hij. We zouden onze vrienden kunnen bijeenroepen en hun mededeelen hetgeen jij hebt gehoord. Het zou de eenvoudigste en meest afdoende maar niet de zekerste weg zijn.

Niet de zekerste? De bekentenis van den schuldige?

De bekentenis, wat een vaart neem je. Woorden, in den slaap uitgesproken, zijn nog geen bewijs. De jager zou ontkennen.

Vera zette een hooge borst.

De jager ik heb dien niet genoemd,

wist u dan?

Ik vermoedde hem, knaap, zooals een man doet, die in een wespennest zittend een oog in 't zeil houdt. De heihaal. De jager zou ontkennen een naren droom voorgeven, en Dolora, die de goedheid zelve is, zou er geloof aan slaan. Van dat oogenblik kan de schurk, eenmaal gewaarschuwd, onschendbaar worden en ons naar hartelust in de luren leggen.

Dat is waar, beaamde het jonge meisje, in gedadhten verdiept.

Je bent een intelligente jongen, je begrijpt gauw iets. Maar je moet beginnen met een slot op je mond te leggen.

U wilt daarmee zeggen, dat ik verzwijgen moet hetgeen ik weet.

Juist. Daarmee te beginnen.

Ik zal gehoorzamen.

Goed zoo. Wat mij betreft, ik ga het stoffelijk bewijs opsporen van het verraad, en geef je op een briefje, dat,*hoe bij het hek of geslepen men in Canada moge zijn, men zich met Marseille in dat opzicht niet kan meten.

En den gewaanden bediende flink de hand schuddend: Ga nu maar slapen, mijn brave. En maak je vooral niet ongerust. Ik waak over Dolora, zij heeft niets meer te vreezen.

De aanbeveling was overbodig. Na dit eerste onderhoud had Vera de welbespraaktheid van den Marseillaan als een evangelie aangenomen. Geheel gerustgesteld omdat hij de veiligheid der Mestiza waarborgde, begaf zij zich naar hare tent, en zieh op haar legerstede uitstrekkend, zei ze:

Hij maakt mij deelgenoot van het goede werk, ik ben dus nader in zijn gedachten dan

te voren. Dank zij der Madonna, die mij dit voorrecht schenkt.

Met de eigenaardige godsvrucht der bewoners van de Spaansche Republieken en het Latijnsche ras in het algemeen, haalde zij geheel naïef de Madonna, bü de teedere gewaarwordingen harer ziel, in het spel.

Des anderen daags ontbood Scipio in den vroegen ochtendstond zijn trouwen Marius. Tusschen den Marseillaan van Marseille en dien van Texas ontspon zich een korte samenspraak op fluisterenden toon.

Daarna wapenden beiden zich met een Wikken doos, die eertijds ingelegde waar had ingehouden, en daalden ze naar de vlakte af.

Eerst op het etensuur zag men hen terug.

Op de nieuwsgierige vragen van Rosales, van Krekel en de Canadeezen antwoordden ze, dat ze waren gaan herboriseeren.

En daar men zich verwonderde over den plotseling opgekomen hartstocht van Scipio voor plantenkunde, riep hij met het bewonderingswaardig aplomb zijner landgenooten:

Hé, maar dat is een liefhebberij van mijn prille Ijeugd. In de Provencaalsche Alpen heb ik mijlen ver rondgezworven met mijn plantendoos. Als ik sedert mijn aankomst in de nieuwe wereld een aantrekkelijke studie verzuimd heb, dan is het toe te schrijven aan het feit, dat altijd iets anders mijn aandacht heeft bezig gehouden. Nu echter de ziekte onzer geachte Mestiza mij vrijen tijd laat, keer ik tot mijn oud stokpaardje terug.

Wat Marius betreft, die door het gesprek van Massilia op dreef was gekomen, hij beweerde dat geen Texasser kennis van planten had als hij.

Na afloop van het, middagmaal verlieten de twee „botanisten" — men had ze terstond zoo genoemd — opnieuw het kampement

Ditmaal drongen ze tusschen de rotsen door, die trapsgewijze afglooiden naar het Zwarte Meer, en weldra hadden hun metgezellen hen uit het oog verloren.

Langen tijd Üepm ze voort, klauterend over basaltforokken en steile paden betredend. Eindelijk bleef Scipio staan.

Hé, zei hij, ik geloof dat we nu ver genoeg gewandeld hebben.

Ik denk bet ook, hernam Marius.

Laten we dan pauzeeren en ons werk beginnen.

De twee mannen begonnen de gedroogde kruiden en takjes, onderweg bijeenvergaard, op elkander te stapelen.

Uit een weitasch nam Marius een metalen nap en veldflesch. Deze laatste bevatte een geelkleurig vocht, dat hij in het bakje goot.

De Texasser haalde uit zijne tasch een aantal bladeren met zaadhalmen te voorschijn, een eigenaardige soort van de flora der prairie. Met bizondere zorg verdeelde hij ze in doses en dompelde ze alstoen in het vocht.

Sluiten