Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, Senor. Goed.

Langzaam onderzocht Scipio den Canadees aan de», lijve. Weldra bood hij Dolora een oude lederen portefeuille aan, versleten door het gebruik.

Zie deze eens, Senora. en overtuig u of ze niet een stuk geschrift bevat waarop de naam van Joe Sullivan naast dien van den jager staat.

Er ontstond een indrukwekkende stilte.

De naam van Joe Sullivan, dezen gevreesden vijand, viel-als een donderslag in het kamp der pioniers.

Joe Sullivan, prevelde de Mestiza.

Hijzelf Wil de portefeuille maar even

nazien.

Eenige seconden scheen Dolora te aarzelen. Zonder twijfel verwekte het weerzin in haar, dje zulk een loyaal karakter bezat, om aldus de geheimen na te gaan van een man die haar tochtgenoot was geweest.

Met snellen blik had zij de aanwezigen overzien. Niemand bracht een woord van protest in het midden. Krekel was'de tolk van den algemeenen indruk, met te zeggen:

Drommels, om te kunnen zien moet je onderzoeken er bestaat geen ander prac-

tisch middel.

En daar allen knikten, opende de Maagd van Mexico de portefeuille.

Verschillende papieren vielen eruit, die terstond van hand tot hand de ronde deden.

Ach! riep het jonge meisje smartelijk, hier zijn. de twee handteekeningen.

Met bevende vingers vertoonde ze aan de vrienden het duplicaat van het een elf maanden vroeger geteekend contract tusschen Francis Gairon en Joe Sullivan, den Noord-Amerikaan.

Een gemompel van verbittering liet zich hooren:

Een verrader!

Een handlanger der Noordelijken!

Maar Massil'a gebood stilzwijgen met ee* teeken zijner hand.

Vrienden, begon de Provencaal. zoo aanstonds zult ge den schuldige vonnissen. Het is noodig dat ge vooraf de bewijsstukken kent. Ik zal u zeggen hoe ik op den weg der waarheid ben gekomen.

Keurig, en met de beknoptheid van een man zonder phantasie, verhaalde hij zijn Ontsnapping _uit Chxago en de ontmoeting van Joe Sullivan in den trein.

Toen hij geëindigd had. wendde hij zich tot den gewaanden Coêlio.

De beurt is aan jou, kleine. Zeg eens wat je gehoord hebt.

Geheel grootsch erop gaande van in het avontuur te worden betrokken, verhaalde Vera hoe ze de vertrouwelijke mededeeüngen van den droomenden jager had opgevangen.

Zij zeide, hoe deze "zich beschuldigd had van den moord op Dolora. De Mestiza verbleekte, terwijl een gemom¬

pel van verontwaardiging uit de aanwezigen opsteeg.

Toen Vera had uitgesproken, vatte Scipio < het woord weder op:

Nu is u allen alles bekend. Wat is uw gevoelen?

Eenparig heette het:

Deze man heeft den dood verdiend! ,

Doodelijke bleekte overtoog ditmaal Dolora's gelaat.

Den dood, herhaalde ze weet ge wel,

dat hét een vreeselijke verantwoordelijkheid

is een mensch te dooden Men dient

althans den beschuldigde in de gelegenheid te stellen zich te verdedigen.

De toon van het jonge meisje was zoo zacht en smeekend, dat een zucht van medelijden door haar omgeving werd gestaakt.

Allen bogen het hoofd, als in berusting van het voorstel der Mexicaansche Maagd.

Maar Scipio barstte in lachen uit.

Heel goed. Wij zullen hem veroorloven zich te verdedigen. Maar om een pleitrede te kunnen houden, dient de advocaat van zijn tong gebruik te kunnen maken.

En hij riep Marius.

Ta, ta, mijn waarde, bind me dezen jager

vast ontneem zijn bediende de wapens

goed zoo geef hem nu het specU.

fiek van je slaapmiddel te drinken, opdat hij de oogen opene en Senortla Pacheco ten antwoord sta.

Naarmate hij sprak, volbracht Marius zijn bevelen.

Hij omwikkelde Francis met een nauw verband van koorden, nam Peter zijn wapens af, wiens handen hij uit overmaat van voorzorg nog vastbond achter den rug.

Daarop haalde hij uit zijn zak een flescBJe, ten halve gevuld met een roodachtig vocht. Hij goot ervan eenige druppels in het kopje van den Canadees, .voegde er een weinig thee bij, en vervolgens de tanden van den slaper van elkaar verwijderend, noodzaakte hij dezen, het mengsel te slikken.

De uitwerking volgde onmiddellijk.

Eene rilling doorhuiverde het Lchaam van Francis Gairon, zijn jukbeenderen kleurden zich met een doorschijnend rood— Zijn oogleden openden zich een a tweemalen, totdat hij met wijdgespalkte oogen en etene uitdrukking van verbazing op zijn omgeving staarde.

De algemeene st;lte scheen indruk op hem te njaken. Hij deed een poging om zich te verröeren, maar gevoelde dat koorden Zijn ledematen omknelden.

Hij sloeg de oogen neer, om ze weldra weer op te heffen tot zijn rechters.

Maar er lag meer droefheid dan verbazing op zijn gelaat.

Francis Gairon, sprak de Mestiza langzaam. Gij, in wien ik vertrouwen heb gesteld; gij, die zonder ertoe gedwongen of uitgenoodigd te zijn, mij hebt aangezocht deel te mogen uitmaken van mijn bevrijdingstaak,- — gij zijt de geëmpIoieerde, de

Sluiten