Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oogenbljk dat ik de vrijheid zie dazen, het middel om mij zonder eenig voorbehoud aan

haar te wijden komt dit afschuwelijk

avontuur

Maar deze smartelijke woede bedaarde eensklaps en de herculische jazer zuchtte:

O, Dolora, Dolora, nooit zulit ge bezrijpen hoe die verrader uwe zaak was toegedaan, hoeveel teederheid achter zijn schijnbaar verraad verborgen lag!

Het was pijnlijk dezen1 krachtigen jager l aldus te hooren klagen; dezen man vanstaai en ijzer, die lachend het gevaar tegemoet trad, te zien weenen als een kind.

Dat duurde een heelë poos. Eindelijk bedaarde zijn oratroerinz. Hij sloeg de oogen ten hemel, en na een oogenblik nadenkens:

Het is ongeveer tien uur. Maar het i.s lichte

maan, en dan het spoor van een troep

ruiters is gemakkelijk te volgen. Op marsch, Peter, op marsch! Spannen we onze laatste krachten1 in, om haar te kunnen naderen.

Zonder een antwoord te zeven, sprong de geëmpIoieerde ter been, na het mes van den mayo in zijn gordel te hebben gestoken. De twee mannen verlieten alstoen de plaats waar weleer het bivak was geweest, en het plateau van het Zwarte Dal werd weder eenzaam en verlaten.

Zonder moeite vonden de Canadeezen het spoor van het geleide en het vervolgen ervan nam een aanvang.

Onzinnige vervolging! Welke kans toch hadden twee ontwapende voetgangers van leeftocht ontbloot, om zich aan te sluiten bij hun voormalige makkers die uitmuntende paarden bereden, welke het SeminoolsChe opperhoofd hun had verschaft. En zoo het hun al gelukte hen weer tê vinden, zouden ze niet worden afgewezen als schuldigen wien men genade had' geschonken?

Maar Francis wilde bij deze gedachten niet «tijsflaan. Met volhardende stijfhoofdigheid beweerde hij:

Ik voel het, dat ze mij zal noodig hebben;

Nu en dan vertraagde hij zijn snellen gang.

Welk een droombeeld, als ik mijne borst kon ontblooten voor het staal dat haar mocht bedreigen! Als ik voor haar voeten mocht

neervallen, ze besproeien met mijn bloed

sterven, haar toeroepende: Mestiza, hij die tot het niet wederkeert, had u reeds zijne ziel geschonken hij geeft zijn leven voor u!

Den ganschen nacht draafden de Canadeesche reuzen op deze wijze door.

Op hun tocht hadden ze bemerkt, dat het escorte van Dolora tegen twee uur halte had gehouden.

Zonder twijfel had de herstellende zich vermoeid geveeld, en bij deze gedachte had Francis een aanvat van woede. Onzin was het, naar zijne meening, om de Mestiza, die nauwelijks van baar vreeselijke kwetsuur hersteld was, zulk een lang"" tocht te doen maken. Dat zou haar dood kunnen zijn.

De ruwe jager sprak als een bezorgd' va¬

der. Een ongerustheid als van een teedere moeder maakte zich van hem meester, en tevergeefs trachtte Peter hem tot bedaren te brengen.

Bij het krieken van den dageraad maakten beiden halte in een dal, waar een kleine spelonk, door overhangende rotsen gevormd, hun een schuilplaats verzekerde tegen ide gloeiende hitte van den dag.

Zij waren vermoeid. Acht uren marcheeren, na de geldige ontroeringen van den vorigen dag, hadden hunne krachten uitgeput. Rust was een noodzakelijk vereischte.

En daarbij deden de eerste aanvechtingen van den honger zich gelden.

Met droevigen blik zag Gairon op denaakte vlakte der Prairie, naar het dorre gras, dat de zon- met haar schuinsche stralen verguldde; daarop strekte hij zich neer en sloot de oogen.

Wel verre was de slaap van hem verwijderd, maar hij wenschte zich af te zonderen, ieder gesprek met zijn makker te vermijden. Het nuchter begrip van Peter joeg hem vrees aan. Hij was bang, dat deze hem over de dwaasheid hunner onderneming zou kapittelen.

De geëmpIoieerde begreep de bedoeling van den patroon. Zonder een woord te spreken, ging hij op eenigen afstand van Francis liggen en scheen ook hij zich aan den slaap te willen overzeven.

Het duurde echter niet lang of de geveinsde rust werd bij hem een werkelijke ontspanning. De brave kerel, die 'besloten had zijn patroon te, volzen tot het einde der wereld, had in den eenvoud zijner plichtsopvatting de zedelijke rust gevonden waardoor vergetelheid mogelijk wordt.

De dag was reeds gevorderd toen hij tot zelfbewustzijn kwam. De eerste gewaarwording welke hij ondervond, was dorst.

Sakkerloot, mompelde hij, ik zou een rivier kunnen leegdrinken!

Hij verweet zich aanstonds dezen uitroep. De patroon zou 'er een bewijs van moedeloosheid in te zien, nog meer — wettcht een verwijt.

Hij zocht naar Francis Gairon; maar tot zijn groote verbazing zaz hij hem niet. Geen oozenblik kwam het hem iu.de gedachte, dat deze hem in den steek kon hebben gelaten; hij zou wel in den omtrek ronddolen. Maar wat dreef hem aan om de schaduw der rotsen prijs te geven?

Peter was opgestaan; hij deed eenige schreden voorwaarts in de troostetooze vallei en stiet eensklaps een kreet uit. Op dertig meter afstand Van hem zag hij Gairon, door den rood ach ti gen' glans beschenen der ondergaande zon, onbewegelijk op zijn knieën liggen voor een bestoven cactus-gewas. Als een beeld van nijpende droefenis lag hij op den dorren grond. Hem behoedzaam made rendi, teneinde Francis in diens overpeinzingen niet te storen, werden deze hem weldra verduidelijkt door de aandacht waarmede de

Sluiten