Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had voor allen «Duin het bizonder, die bijgedragen hebben tot dit heugelijk feit

Joe boog onderdanig: Ik zal het gezegde uwer Excellentie niet vergeten. Ah bah?

.Want de woorden uwer Excellentie houden een onmetelijke waarde in, eerstens voor . imhi eigenliefde, tweedens voor mijn brandkast.

Forster wierp een verachtelijken blik op zijn handlanger, maar zulk een vluchtige» Wik, dat deze het niet bespeurde.

Gij zinspeelt op de belofte eener belooning—

Eener geldelijke, ja. Excellentie. In een !and van „zaken", zooals het onze, is geld de hoogste openbaring van al het bestaande.

Time is money zeggen wij immers tijd is

geld; ook genegenheid, toewijding en dapperheid wordt omgezet in goud, in den almachn tigen dollar.

Dat is zoo, dat is zoo, maar breng me nu eens bij de gevangene.

Ik zal den officier van dienst roepen, Excellen tie .

Sedert den tijd dat Scipio in het fort geïnterneerd was geweest had men het garnizoen verwisseld. De commandeerende officier heette John Yellow en zijo hflteuant Dick JoHy.

Beiden kwamen aanloopen op het appèl. De commandant een groote, gezette, bloedrijke, blonde man; de luitenant, een klein, fi.üfftnh uitgedroogd kereltje; zij salueerden op (militaire wijs en wachtten met aaneengesloten hakken in stramme houding de bevelen af van den gouverneur.

Ik wensch met de gevangene te spreken, verklaarde deze, en een poging te doen onrvan haar een bekentenis van berouw uit te lokken.

Niemand verroerde zich.

En — ging Forster onverzettelijk voort — zoo ze mijne beschuldigingen wraakt als mijn gebeden zonder uitwerking blijven, verlang ik althans, als eertijds Ponttus-Pilatus, mijn handen te wasschen in onschuld, wegens het ongeluk dat zij zich op den hals haalt.

Zeker, de officieren waren moedige mannen. Sullivan had bewezen, dat het hem aan moed niet faalde. Toch sidderden allen.

Want de woorden van den gouverneur gaven duidelijk blijken van een kouden, onverzettelijken wil, om de tegenstandster te verpletteren voor het geval' zij niet mocht buigen.

Voorwaarts! beval Forster. - Met eenparige beweging draaiden John Yellow en Dick Jolly op hun hielen, en met den, afgemeten, stijven tredi, den soldaten van Saksisch ras eigen, gingen ze op marsch, door Sullivan en den predikant gevolgd.

Men stak de binnenplaats over en bereikte de reeks der gebouwen van den oostelijken vleugel. Nog eenige meters, en de groep "bfeef staan voor een eiken deur, van massieve ijzeren bouten en sloten voorzien:

Ah hah?

Yellow stak den steutel in het hoofdslot; knarsend draaide de deur op haar hengsels en scharnieren.

Blijft hier, meneeren, zei Forster tot de officieren. Draagt zorg, dat we door niemand worden gestoord.

De aangesprokenen salueerden andermaal. Wat SulHvan betreft aar» een teeken gehoor gevend van den gouverneur, drong hij met dezen door in de cel waarvan de deur achter hen werd gesloten.

Klein, doch niet treunig, zag het wit gte. kalkt vertrek er uit Het nauwe venster was van ijzeren staven voorzien, maar door de opening ontwaarde men op tweehonderd meter afstand 'een rotsachtige heffing, een opeenstapeling van vooruitstékende steenblokken. Het was de andere zijde van het ravHn, op den rand waarvan de oostelijke vleugel van het fort Davis was gelegen.

Voor een tafel gezeten, met den linker elleboog het hoofd ondersteunend, zat- daar Dolora.

Op het binnenkomen van de bezoekers was ze roerloos blijven zitten. Zonder twijfel had ze niets van hen bemerkt.

Wellicht mijmerde de gevangene, dat ze een maand reeds in eenzaamheid leefde, afgescheiden van de levende wereld, onbekend met het lot dat haar mede-pioniers was wedervaren.

Gedurende eenige oogenblikken beschouwde Forster haar met ironische wreedheid in Zffh Ioenschen blik; daarop verstoord over zijn dralen, verhief hij zijne stem:

Dolora Pacheco, genaamd de Mestiza!

Het jonge meisje schrikte op, maar zag niet om.

Een licht rood steeg haar naar de wangen, maar haar oogen, door droefheid en onrust met een violette tint omtogen, sloeg zij niét neder.

Dolora Pacheco, hernam de gouverneur, het verlangen om u tot rede te brengen, heeft mij nogmaals hierheen gevoerd.

Zij gaf geen antwoord.

Begrijpt ge de beteekenis wel mijner woorden? zei hij ongeduldig.

Ontkennend schudde ze het hoofd.

Neen, verklaarde Forster.

Toen besloot ze te spreken.

Neen, werkelijk ik begrijp u niet.

Toch druk ik mij verstaanbaar en duidelijk uit.

Misschien, murmelde ze, hecht u een andere beteekenis aan uw woorden dan ik.

Heftig viel Forster haar in de rede.

Altijd dezelfde dwaasheden!

Maar zij liet zich niet ontmoedigen:

Altijd! hernam ze. Dat noem ik lafbek!, ik noem het verraad, wat gij verstand of rede gelieft te noemen.

Omdat ge geen kleur wilt bekennen.

Integendeel. Gij wilt, zooals ge honderdmaal hebt beproefd, mij verlokken u het geheim te openbaren waar ter plaatse het Eendracht-halssnoer Inea-Aztek ligt verborgen,

Sluiten