Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rangschikt als de Zevert bronnen van de Frairny, de zijtak van de Seeth, die samenvloeit met de Canadeesche rivier. De Fraimy, de bakermat der Azteken. De Fraimy, de Stroom der Zeven dorpen, waarvan het bestaan in den eeredienst der Azteken en Tolteks wordt herdacht door de Zeven altaren en lampen met Zeven pitten.

Zij zag er nogmaals heen. De Zeven steenen stonden altijd nog op hun rotsachtig voetstuk.

Ze waren er gisteren niet. Een onbekende hand heeft deze monolieten dus gedürende den nacht gerangschikt? En schuchter liet ze erop volgen: Maar dan is het een vingerwijzing. Welke bondgenoot in mijn lot kan het gedaan hebben? Ze liet haar schoon hoofd op de borst zinken, en tusschen haar half ontsloten lippen ontsnapte haar, als tegen wil en dank, de naam van den Canadeeschen jager: . Francis!

II

DE ZEVEN DORPEN.

Het sloeg twaalf uur in den namiddag op de klok, waarmede een gefortuneerd com-. mandant het Fort Davis had begiftigd. Een soldaat, die de betrekking van oipier waarnam, trad de cel binnen van de 'gevangene.

Hij bracht het ontbijt kommiesbrood,

een stuk ossenvleesch, een kruik met water.

Gewoonlijk zette de man alles op de houten tafel, die met een rustbank en schemel het geheele ameublement uitmaakte van de cel, en verwijderde hij zich, zonder een woord tot de gevangene te spreken.

Ditmaal maakte hij een uitzondering.

Zich van de levensmiddelen ontdaan hebbende, kwam hij terug tot Dolora.

Senora zei hij, Zijn Excellentie de Gouverneur heeft mij opgedragen u dit brievenpapier te overhandigen, zoomede dezen Inktkoker met pen. U zult de gevangenis verlaten, zoodra u zult geschreven hebben wat hij van u verwacht.

Dolora was op het punt een barsch antwoord te geven. Immers wat Forster van haar verlangde, was de aanwijzing van de plaats, waar het Eendrachtshalssnoer was verborgen, — doch zij herinnerde zich dat haar cipier een consigne herhaalde waarvan hij de beteekenis niet kende, en zij bepaalde zich dus enkel tot een knik met het hoofd.

Alles wèl beschouwd, — zoo zij zich niet Ihad vergist — zoo haar een teeken mocht gegeven zijn, zou ze iets bü de hand hebben om zich in verbinding te stellen met haren onbekenden bondgenoot.

De soldaat verwijderde zich.

Met kinderlijke nieuwsgierigheid onderzocht ze het papier, dat men tot haar beschikking had gesteld.

Het was gewoon papier, zooals zwerven¬

de colporteurs verkoopen van district tot district.

Ze legde het op tafel en schikte aan, om het ontbijt te gebruiken.

Hetgeen men haar had voorgezet was niet van uitgezochten aard, maar de Mestiza behoorde niet tot de kieskeurige meisjes, die op spijzen aanmerkingen maken.

De hoop, die in haar herleefde, kruidde het taaie ossenvleesch, dat door ieder ander zou zijn versmaad.

Zij nam het kommiesbrood, brak het doormidden en bleef van verbazing roerloos zitten.

Een papier, opgerold als een kluwen, was er uit gevallen.

Zij raapte het op, ontvouwde het langzaam en met angstige voorzichtigheid. Het was beschreven. Gretig las ze: „Dit briefje, voor u in het broodkruim neergelegd, is dienende u kennis te geven, dat het schrijfpapier hetgeen men u heeft overhandigd, vóór een vlam moet worden gehouden. Ge zult dan kunnen lezen wat ge dient te weten."

Dat was alles. Geen handtekening, niets wat den schrijver van het lakoniek biljet kon

aan het licht brengen Toch was het voor

de Mexicaansche Maagd geen raadsel. Voor de tweede maal herhaalde ze — Francis Gairon!

Een rilling doorhuiverde haar.

Om haar te schrijven, had de jager zijne vrijheid, zijn leven in de waagschaal moeten stellen. Zoo zijne list werd ontdekt — welke straf wachtte hem dan!?

De Noordelijken zouden onvermurwbaar zijn.

Maar zij stelde zich weldra gerust. Omdat papier en briefje haar zonder eenig beletsel waren ter hand gekomen, bestond er geen reden meer om bezorgd te zijn. Hare cipiers hadden de list niet vermoed.

Zij moest dus het bevel opvolgen van haren correspondent, de witte blaadjes blootstellen aan de vlam en zoo er achter zien te komen wat zij diende te weten.

Zeker was hef, dat men met behulp van „sympathieke" inkt er volzmnen op had geschreven, die door blootstelling aan warmte leesbaar moesten worden.

Maar hier deed zich een andere moeilijkheid voor. Lucifers werden aan de gevangenen ten strengste onthouden. Geen enkel licht werd haar toegestaan. Als de nacht was aangebroken, schoot haar niets anders over dan te gaan liggen en te trachten in de duisternis der cel den slaap te vatten, want het flauwe schijnsel der maan door het nauwe vensterraam liet haar niet'toe zich met iets bezig te houden.

Hoe nu uit deze onmogelijkheid te geraken?

Ze had de papieren weer in handen genomen, koortsachtig gleden ze haar door de vingers.

Ze hielden wellicht tijdingen in, die be-

Sluiten