Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het licht. Weldra glansden enkele stralen op de rotsen. Mij liep steeds voort. Eindelijk bereikte hij den-drempel en bleef stom van verbazing staan.

De onderaardsche gang liep uit op een nauw platform van graniet, dat helde over een diep ravijn. Een honderd voet lag dit portaal boven de vallei, die men niet zonder eenig middel van vervoer kon bereiken.

Waarom, sakkerloot? heeft men mij hierheen gebracht? vraagde Scipio zich af.

Deze vraag was nauwelijks bij hem opge- I reze.i, of hij hoorde een zacht gefluit boven zijn hoofd.

Hij sloeg de oogen op en bleef met open mond staan.

Langs het loodrechte talud gleed een soort draagstoel af, uit takken gevormd, die op het platform in zijn nabijheid terecht kwam.

Neem hierin plaats, riep een welluidende stem, ah» ge wilt opklimmen tot het onbekende Heiligdom waarin het Zinnebeeld wordt bewaard van het Heilig Verbond.

Zonder zich te bedenken, voldeed Scipio aan het bevel, hield hij zich stevig aan de takken vast, en op zijn onbetaalbaren toon beval hij:

Hijschen, kameraad maar schuur mijn

neus niet tegen de rotssteenen.

Op hetzelfde oogenblik haalde men hem op. Onzichtbare handen heschen hem met regelmatige beweging zonder schokken naar boven.

Weldra bevond zich de Marseillaan ter hoogte van het omvangrijke rotsblok, dat tot nu toe de bewerkers van het geheimzinnig gedoe voor hem verborgen had gehouden.

Een kreet van bewondering ontsnapte hem.

Een tweede plateau, maar ruimer dan hetgeen hij had verlaten, vertoonde zich aan zijn blikken.

In het midden ervan zag hij zes mannen, die een diadeem droegen met rechtopstaande veeren en gehuld waren in de witte tunica der oude Azteksche priesters. In hen herkende hij de leden der oud-Mexicaansche priesterkaste, zooals dezen ten tijde van hun keizer Montezuma, toen Ferdinand Cortez Mexico veroverde, zich den volke vertoonden.

Zijn eerste beweging was louter nieuwsgierighe'd, de tweede van meer practischen aard. Zich voorover buigend, greep hij den rotswand vast en stond hij in het volgend oogenblik recht overeind tegenover het zestal eerbiedwaardige, hem onbekende mannen.

Dezen bogen het hoodf, strekten hun armen uit, links en rechts, brachten hun handen naar hun schouders, vervolgens aan de knieën, terwijl een grijsaard met zilverwitte haren, van wiens diadeem het veelkleurig gevederte ertegen afstak als bloemen op een sneeuwveld, op Massilia toetrad.

Gij zijt de man, dien wij verwachten?

Als ge den persoon bedoelt door de Virgen Mexicana aangewezen, dan ben ik die afgezant.

Gij spreekt de waarheid, hernam de grijsaard, ik heb u te Mexico gezien en herken u. Maar zij, waar houden haar vijanden haar op dit oogenblik verborgen?

Ik weet het niet. De heb eerst haar werk willen voltooien, en zal daarna haar bevrijden.

Zooals. altijd, twijfelde de Provencaal volstrekt niet aan zijn kunnen, waar hij wilde. Hij zei: „Ik zal haar bevrijden," en zulks op een toon. alsof een volk van tachtig millioen zielen er geen grooter belang bij had om Dolora gevangen te houden.

De hoogepriester, een Indiaan als zij, die. hem omringden, scheen Scipio op zijn woord te gelooven. Met een uitdrukking van voldoening liep hij op den muur aan van graniet, die de grens vormde van het plateau, en zijne hand beschreef grillige teekenen in de lucht.

Terzelfdertijd hief hij een vreemdsoortig gezang aan, met langzame toonbuigingen. Men zou gezegd hebben een gewijde melodie, door een woestere nakomelingschap misvormd.

Het was de Ven-Satl-OpSn-Petl of de krijgszang der soldaten van Montezuma.

Na de laatste strophe legde de priester de hand op de rots, en plotseling draaide een enorm blokstuk rond, evenredig aan het rotsblok, dat bij den aanvang van den tocht aan Massilia den toegang had verleend.

Goed, mompelde de Marseillaan, nogmaals een veer. De ouwe kwibus had het wel zonder deze vertooning en die muziek afgekund!

Een duistere opening werd in den granietwand zichtbaar. De grijsaard wees die aan:

Wie geen sterke ziel bezit, moet bier op den drempel blijven.

En zoo hij die bezit? vraagde Scipio met een glimlach waarin spot lag te lezen.

Hij volge mijn spoor, antwoordde de Incapriester.

Langen tijd?

In den tempel, waarin de eerste der Tolteks het levenslicht zag, kent men geen begrip van tijd.

Goed, ik zal u volgen.

Doe dan afstand van uw kracht beval de priester.

Een hunner omwikkelde onderwijl de handgewrichten van den Marseillaan met een snoer.

Scipio beet zich op de lippén, om niet in lachen uit te barsten.

Ik doe er afstand van, zei hij.

Goed, verzaak uw gezichtsvermogen, om heilige voorwerpen te aanschouwen.

De Marseillaan liet zich blinddoeken.

Doe afstand van het gehoor en van de spraak.

Sluiten