Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

getal zestien' komen inplaats van acht man.

Aller blikken waren op Scipio gevestigd. Deze glimlachte Vlug wendde hij zich tot zijn tochtgenooten, en op bevelenden toon zei hij:

Geen woord spreken en mij blindelings gehoorzamen.

Dit was alles. Don Ramon hield den stoet tegen.

Welnu, Cristobal, zei hij met bewogen stem, het woord tot den mulato richtend, heeft het mirakel voortgang gehad? Is het sapproduct het dubbele geweest boven de normale begrooting?

De verlegen intendant zag Scipio aan. Deze gaf een bevestigend teeken met het hoofd.

Zijn gelaat was zoo kalm, verried zoo weinig onrust, dat Cristobal niet aarzelde en gedecideerd bevestigde:

Ja, Senor, het wonder had voortgang.

Don Ramon bracht zijn rozenkrans aan de lippen en verrukt Ui et hij hooren:

Zie eens, brave lieden, hoe welwillend de Madonna is geweest, ieder uwer heeft geoogst voor twee ik wit u beloonen

Maar hoè* heb ik het nu? gij zijt niet met

zijn, ^achten!

Het gelaat van den mulat verbleekte onder zijn bruine tint. Andermaal richtte hij een smeekenden blik op den Mareillaan, die krachtig, bij wijze van ontkenning, het hoofd schudde.

Ge zijt met meer dan acht arbeiders, herhaalde de hidalgo.

Daar Cristobal zweeg, deed Massilia een stap naar voren en met zijn helder klinkend stemgeluid, sprak hij:

Met uw welnemen, Senor, wij zijn maar met zijn achten. Het zal gemakkelijk vallen u hiervan te overtuigen, als u appèl houdt.

Wie zijt gij!

Een der arbeiders, voor den oogst aangeworven door Senor Cristobal.

Gij zijt wel ongelooflijk vrijpostig. Ik zie tweemaal acht mannen dat»is toch zestien.

Tot uiterste verbazing van allen, liet Scipio ach niet van de wijs brengen. Ten spijt van de klinkklare bevestiging van den resinero, hernam Massilia:

Wil overgaan tot het appèl, Senor, en ik zal in de gelegenheid worden gesteld u de woorden over te brengen van de Koningin des Hemels.

Van de Koningin des Hemels! herhaalde Don Ramon, als echo.

Ja, Senor, van haarzelf. Maar nog eens, ga over tot het appèl.

Ramon, zooals wij hebben gezegd, had een hoofd, dat met legenden was gekruid. Hij kon geen weerstand bieden aan den man, die met een weergalooze kalmte den naam der alvermogende Vrouwe in het gesprek mengde, en met een gebaar noodigde hij den intendant uit den spreker voldoening te geven.

Massilia wreef zich in de handen en prevelde 'in zichzelf:

Ta, ta, dat zal f link van -stapel ioopen. Dit

individu is al de omnoozelste ezel, dien ik ooit op twee beencn heb ontmoet En tot zijn vrienden fluisterde hij: Opgelet!

De mulat evenwel had een zakboekje uit zijn blouse te voorschijn gehaald. Met een verbluft gezicht, want hij kon niet gissen waar de Marseillaan heen wilde met zijn grap, zag hij op de blaadjes .

Ik wacht, bromde Don Ramon ongeduldig

Cristobal gaf, gehoor aan het bevel en begon:

Agostino!

Present! antwoordde de arbeider, zich achter den intendant plaatsend.

Maar met de snelheid der gedachte had Massilia den peone Coëllo ingefluisterd:

Jij heet ook Agostino, ga achter dezen staan!

Coëllo gehoorzaamde.

Hè? riep Don Ramon verbaasd, wat moet dat bet eek enen?

De mulat hief wanhopig de armen op, alsom zijn onwetendheid te kennen te geven.

Wat Scipio betreft die de leiding had genomen van het zaakje, hij antwoordde onvervaard:

Dat beteekent dat men Agostino heeft geroepen en hij komt voor den dag.

Maar, brulde Ramon, Agostino is verdubbeld.

Om tweemaal meer te werken, Senor; zie echter eens het blaadje van uwen intendant, de brave Agostino staat er maar voor één werkdag op.

De resinero greep het boekje van Cristobal.

Het is zoo. Agostino! één dag gewerkt. Maar dan....

Dan moet u de Madonna dankzeggen, ging Massilia onverstoorbaar voort, het appèl vervolgend.

De woorden van den Marseillaan begonnen m het bijgeloovig brein van den caoutchoucondernemer een chaos teweeg te brengen. Een man van ruimer gedachtenkrüig zou den Franschman terstond hebben verzocht zijn grappen te staken. Maar bij dezen kortzichtigen Spanjaard hadden heiligen, legenden, zinsbegoochelingen, somnambulisme enz. zoodanig zijn brein bewerkt, dat hij het ongelooflijke wel moest aannemen tegen wil en dank.

De Madonna en de dubbele arbeider was iets, dat tot zijn alledaagsche geloofwaardigheden behoorde. Het was hem niet mogelijk zoo iets te loochenen. En zelfs kittelde hem een vage voldoening, bij de gedachte, dat bij hem, in zijn onderneming, een dier wonderbare en onbegrijpelijke voorvallen plaats greep waarnaar hij vaak zoo vurig had verlangd. Hij begon dan ook zelf het appèl op zich te nemen:

Perez!

Een arbeider en Dolora antwoordden: Present! En zij schaarden zich achter de twee Agostino's.

Sluiten