Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schurk! Je hebt opium in onzen drank gemengd!

O, maar— Senor, hoe kunt u verondersellen— protesteerde de Tambero.

Maar Qairon schudde hem ruw door elkaar, en zijn dolkmes trekkend:

Vlegel! vervolgde hij, je zult me zeggen waarom je dat gedaan hebt, of zoowaar ik een Canadees ben, zal ik je het lemmet van dit speeltuig laten slikken.

Hebzuchtig was Gonfaccio wel maar dapper was een tweede. De gedachte kwam niet bij hem op, om door een schreeuw zijn bondgenooten te waarschuwen; sidderend aan al zijn leden, legde hij een volledige bekentenis af:

Reizigers, die vóór u zijn gekomen, hebben mij de opdracht gegeven zoo te han-

de.en een aardigheid

Op hetzelfde oogenblik liet Scipio Massilia, die was gaan zitten, zijn hoofd s'iap neervallen op zijn gekruiste armen. Hij was in diepen slaap. De opiumdosis was sterk, want binnen drie minuten had de Marseillaan het afgelegd. Francis wees hem aan met den vinger:

Je ziet het, kerel gauw! onzd

paarden.

De Tambero trok zich de haren uit het hoofd.

Helaas! Heeren, men heeft de hielpeezen van uw paarden doorgesneden

Ellendeling! }e geeft ons andere rijpaarden, of mijn dolk

Genade, Senor, genade, stamerde de herbergier, wiens beenen knikten, ik heb er geen

Marius kwam tusschenbeide: Behalve onze kleppers heb ik er zes in den stal geteld.

Ze behooren dien reizigers van wie ik u sprak.

Dan zijn ze ons eigendom, als ze onze dieren verminkt hebben. Vooruit! mee met ons naar den stal waar die paarden zijn. En den ontstelden Qonfaccia meesleepend, zei Francis:

Een zucht slechts, en je zijt een man des doods!

Een kwartier later waren de paarden van bullivans escorte, met zadel en toom der metgezellen van de Mestiza getuigd uit ' den stal gehaald.

Haast u, Marius, met onzen vrind Massilia te vervoeren. Zes paarden voor acht personen is een mager beetje, maar komaan, we zuilen toch wel sneller voortkomen dan voetgangers.

Coëllo liep achter den Texasser aan. Maar opeens werd een venster op de eerste verdieping geopend en zag het kleine troepje de Ioopen van een aantal geweren op zich gericht.

Met bliksemsnelheid grepen Francis, Peter, Krekel en Rosales hun karabijnen en vuurden ze op de Noord-Amerikanen,

Tusschen de rookwolken door hoorde

men de stem van den Canadees: In galop!

Als een dwarrelwind snelden de ruiters met lossen teugel door de opening der binnenplaats, onderwijl de trawanten van Sullivan, van wie een drietal op den grond lag uitgestrekt, op goed geluk af in de duisternis vuurden.

Joe vertoefde echter niet langer in de tambo dan hoog noodig was. Hij begreep, dat, zoo hij op een door de Mestiza gegeven teeken de komst der dorpsbewoners mocht afwachten, hem een leelijke poets kon gespeeld worden. Met Bell en den kaatsten vaheden soldaat die hem was overgebleven, had hij de vlucht genomen. Gaarne zou hij den in slaap gedompelden Marseillaan een kogel door het hoofd hebben gejaagd. Doch Marius en Coëllo hielden met geladen revclver bij Scipio de wacht.

Toen dan ook de dorpelingen aankwamen, vonden ze niets anders dan den slapenden Provencaal en diens beide makkers.

Bij dè legerstede, waarop men Massilia had gelegd, ontspdh zich tusschen Coëllo en Marius een belangwekkend gesprek, te oordeelen naar den gloed die uit de oogen straalde en den blos die de wangen bedekte van den gewaanden bediende.

Als de Senor van Donna Dolora is gescheiden, zeide ze, kan hij niet te gelegener tijd in Mexico zijn.

Ja, dat lijkt er veel naar, verklaarde Marius wijsgeerig.

Dan gaat hij weer naar Frankrijk terug.

Dat zal waar zijn, en hij heeft gelijk ook.

Gelijk? zuchtte het jonge meisje.

Wel zeker, meneer Coëllo, hernam Marius, die den zin der verzuchting niet begreep van haar, die voor hem niets anders was dan dè loopjongen van den Marseillaan. U weet toch, dat mijn meester afkomstig is van de schoonste stad ter wereld. En begrijpelijk is het ook, tenzij hij er anders over denkt, dat ik hem daarheen vergezel.

Vera boog het hoofd en scheen na te denken. Na verloop van een oogenblik verliet zij het vertrek en begaf zich naar den stal. Op het paardenstroo lag een klein lederen valies, nagenoeg versleten op de lange reis door de prairie.

Ik was bang, dat onze vrienden het hadJen meegenomen, zei ze zachtjes.

Toen keerde zij .naar de herberg terug, iet zich daar een kamer geven waarin zij tich opsloot. Langzaam ontdeed zij zich van ïaar mannenkostuum, nam uit het valies laar meisjeskleeren en maakte haren haarooi op. Na gereed te zijn gekomen met ïaar toilet, bezag zij zich in een soort spietel die aan den muur hing.

Hoe jammer, dat ik de schoonheid niet lezit van Dolora Pacheco! zuchtte zij. Een raan parelde aan den wimper van haar log en biggelde langs haar wang. Doch zij

Sluiten