Geen zoekvraag opgegeven

Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgde zijn weg, maar Krekel begon moede te worden. Bloedverlies en. de ontroering eener overhaaste vlucht hadden, zijn krachten uitgeput. Zwaarte voelde hij in zijn beenen en leegte in zijn hoofd. Het schemerde hem voor de oogen, de grond scheen onder zijn voeten te wankelen'. Ten laatste was het hem onmogelijk een voet voor den anderen te verzetten. Hij zocht een steunpunt tegen een rots en met gebroken stem:

Gaat, gaat heen, zei hij Ik kan niet

meer Zachtkens zeeg hij op den grond.

Hij had het bewustzijn verlorea Een lichite schofnmeling deed hem tot zichzelf komen, hij opende de oogen en zag boven zijn hoofd de sterren flikkeren. Lag hij dan op een rustbed? Neen, de schommeling hield aan. Hij wilde zich vergewissen, van zijn toestand en zag om zich heen. Zijn makkers hadden hun gordels saamgebonden en. een soort hangmat ervan gemaakt, waarin zij dien Parijzenaar vervoerden. Deze wilde spreken, doch kon geen geluid voortbrengen. Hij was als wezenloos geworden. 'Hij zag en hoorde, maar dè beweging, de 'spraak ontbraken hem ten eenehjale. Zijn. oogen gaven zich echter rekenschap, dat er veel veranderd was in zijn omgéving. De naakte rotsen, de spleten waaruit eenige verdroogde grassprietjes opgeschoten, waren vervangen door boomen, wier takken zich boven de hoofden der vluchtelingen welfden.

Men trok dus door een bosch, een woud? Recht voor hem uit bespeurde die geblesseerde een metselwerk; vóór de deur hielden de vrienden stil; en na tevergeefs te hebben aangeklopt, drongen ze binnen de woning. Geen sterveling troffen zij er aan, maar in een hoek vonden ze een stroomatras op een houten stelling, die door stevige pooten werd geschraagd.

Daar werd de Parijzenaar op neergevlijd, en Peter zei:

Senor Fabian, waak over onzen vriend.. ik ga het proviand eens nazien, want ik weet niet of u .zich gevoelt zooals ik, maar mijn maag zit in mijn schoenen'.

De hacendado boog het hoofd, en een' graven schemel bij de 'legerstede van Krekel' schuivend, zette hij er zich op neder. Tusschen zijn half gesloten oogleden volgde de gekwetste al zijn bewegingen. Hij zagj, dat Fabian Rosales een' mijmerenden blik op hem vestigde en hij hoorde hem prevelen:

Ik ben een dwaas De kwetsuur van

dezen braven jongen heeft al mijn herinneringen' wakker geroepen Mijn zoon

helaas! mijn zoon zal nooit zijn vader kennen!

Zoo sprekende, had Fabian zijn brieventasch uit zijn borstzak gehaald en een papier eruit genomen, dat door het verloop van tijd geel was geworden. Langdurig beschouw- | de hij dit stuk en prevelde:

Het jongste schrijven van mijn broeder., de 'hemel moge hem vergeven zooals ik hem vergiffenis heb geschonken !

Als door een inwendige stem aangezet, stond de hacendado op, ontstak een licht en begon met luider stem te lezen:

„Den heer Fabien Roseraie, te Parijs.

„Mijn veelgeliefde broeder, op het punt van mijn schoone ziel aan dén duivel over te geven, een treurig geschenk, dat ik hem vermaak, heb ik slechts nog één wensch. Gij dient namelijk te weten, waarom ik u mijn levenlang heb gehaat.

„Al de vreugden van het huisgezin hebt gij uzelven toegeëigend. Vanaf den school- tijd was al het succes uw deel. Ook later slaagden ai uw ondernemingen, terwijl de mijne mislukten. Maar er is meer.

„Mijn hart was gehecht aan een jong meisje. Het noodlot wilde, dat ook gij haar liefhadt en zij u de voorkeur schonk. Gij hebt haar tot uw vrouw gemaakt, en ik, die door haar ben afgewezen, ik heb gezworen, dat gij het geluk niet genieten zoudt, waarvan men mij heeft beroofd.

„Dit is de reden waarom ik uwen zoon heb ontvoerd, uwen Fabien; dien ge uwen naam hebt gegeven, met de dwaze hoop eens vaders om den band nauwer aan te halen tusschen u en 'hem.

„Uw levensgezellin is van verdriet .gestorven. Gij hebt u in ballingschap begeven. Het schijnt, dat in Mexico uw blinde fortuin u heeft achtervolgd en een nieuwe gelukzon over u is opgegaan. Nu ik de oogen sluit, gun ik mij .het genot, die welvaart nogmaals te verwoesten, door de schaduw van gruwelijke herinneringen erop te werpen.

„Uwen zoon heb ik te Parijs aan zijn lot overgelaten. Wat er van hem geworden is heeft mij nooit eenige wroeging gebaard. Maar ik ken je genoeg om te weten, dat de gedachte aan hem je levensgeluk vergalt, dat iedere vondeling, iedere wees je hart zal doen kloppen, dat ge zonder ophouden blijft hopen hem weer te zien en dit zweven tusschen hoop en vrees je bitterste foltering zal zijn en blijven.

„Dit is de eenige wensch dien ik koester, nu ik mijn biezen pak voor de reis naar een andere wereld, die wellicht beter, althans niet slechter zal zijn dan die ik verlaat.

„Ontvang de groeten van een broeder, die zich gelukkig gevoelt in het sterven, ten einde je te kunnen vergeten'."

Wat heeft die man mij gehaat! zei de hacendado droevig Ha!— nog een verschrikkelijk naschrift:

„Post-scriptum. — Ik wil je toch nog één kans laten om eenmaal een gelukkig vader te kunnen zijn. Voordat ik Fabien aan zijn: noodlot prijs gaf, heb ik zijn linkerarm getatoueerd ter hoogte van den oksel, twee letter, F. R. (Fabien Roseraie). Wie weet — je bent zoo'n echt Zondagskind —

Sluiten