Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

misschien ontmoet ie hem nog wel eens in ie leven "

Ben traan biggelde langs de wangen van senor Fabian.

Maar ik ben een dwaas, herhaalde hij, een dwaas! Deze jonge gekwetste Parijzenaar, een onbekende metgezel, brengt me het hoofd op hol. Ik rijt de wond mijner ziel weer open Dwaasheid! Dwaasheid!

Toornig schoof hij den brief weer in de portefeuille en stak deze in zijn zak.

Een oogenblik bleef hij roerloos zitten, en toen naderde hij de mat, waarop Krekel lag uitgestrekt.

Langdurig beschouwde hij den sluimerenden jonkman: Mijn .Fabien zou van zijn leeftijd zijn.... een moedige, vroolijke jongen, zooals deze Parijzenaar....

En als in een droom ging hij voort: Ja,

zóó zou hij me vóórkomen De stem des

bloeds, een hersenschim der verbeelding, zal voor mij niet getuigen dat ik thans mijn kind aanschouw. Voor zoo iets moet ik onder zijn arm de letters zoeken, welke de haat van een broeder er heeft ingegrift ze zoeken

Hij maakte een geweldig gebaar.

Ze zoeken! Ja, mijn broeder wist wel wat hij deed, toen hij zijn vreeselijk post-scriptum eraan toevoegde. Kan ik tot een onbekende zeggen: Draagt gij die letters onder den linkerarm? Het ware belacheljjjc, en toch zal hij, dien ik betreur, den een of anderen

dag zich aan mij vertoonen misschien

beeft hij dit reeds gedaan en heb ik daarvan niet het minste bespeurd.

Wanhopig wrong de hacendado de handen.

O, die vreeselijke twijfel Waarom dringen die gedachten zich aan mij op? Omdat een jongmensen, een kind; gekwetst daar neerligt.

Hij boog zich over den zieke.

Als hij het eens was!

Maar plotseling deinsde hij terug:

Dwaas, dwaas is het! bromde hij.

Toch naderde hij weer de legerstede.

Hij heeft geen bewustzijn ik zou mij

kunnen vergewissen.... ik zou althans voor een oogenblik mijn gemoedsrust terug verkrijgen. .,.

En nadenkend: Heb ik geen noodzakelijk

voorwendsel? Zijn kwetsuur verbinden

het is toch de linkerarm die getroffen is. Komaan, vervolgde hij op beslisten 'toon, ik dien tenminste den moed te hebben om te worstelen tegen de denkbeelden, die mijn hoofd op hol brengen.

Haastig, alsof hij vreesde nog te zullen dralen, ontblootte hij den arm van Krekel. Met angstige behoedzaamheid lichtte hij het verband, dat om de wond was gezwachteld; Deze wiesch hij af en verbond ze andermaal.

En na deze voorzorg te hebben genomen, zich verzekerd houdende dat geen ongeluk kon plaats grijpen, vatte hij den pols van den jonkman, en zachtjes, zonder schokken, hief hij dien in de hoogte.

Krekel, die nog altijd aan een onverklaarbare machteloosheid en onbewustheid ten prooi was, begreep niets van deze zonderlinge vertooning.

Rosales evenwel had den arm van den Parijzenaar loodrecht opgericht. Eensklaps stiet hij een doffen kreet uit:

De letters! De letters!

Hè, wat is er gaande? mompelde Krekel, door deze twee woorden als gegalvaniseerd.

De letters, de letters! herhaalde de ha-

• cendado in vervoering.. ..daar daar

F. R....

En met zijn vinger drukte hij op de binnenzijde van den arm des gekwetsten jongelings. Met bliksemsnelheid schoot het dezen te binnen, dat de teekenen, zooals ze daar waren ingegrift, nooit onder bereik van zijn gezichtsvermogen hadden kunnen komen. Zonder het te weten, was hij getatouëerd.

Maar Fabian Rosales boog zich over hem heen en omhelsde hem innig:

Mijn zoon, mijn kleine Fabien!

En het verloren kind; de straatjongen van Parijs, antwoordde even spontaan:

Mijn vader!

Door dit woord, dat voor de eerste maai over zijn lippen kwam, hevig ontdaan; viel de gekwetste andermaal in zwijm' aan de borst van een vader, dien hij op zoo wonderdadige wijze had wedérgevonden.

VII.

DE GELOFTE DER INCAS-AZTEKS.

Het Congres der Zuidelijken, te Mexico bijeengeroepen, was nog in de Kathedraal vergaderd.

Leden der Vereenigtag van den Nuttigen Zelfmoord, Afgevaardigden der Zuid-Amerikaansche republieken, Creolen, Mulatten, Zambo's en Indianen luisterden naar Joe Sullivan, die, staande in het gestoelte, aan de verzamelde menigte het te Parijs vervaardigde halssnoer vertoonde.

Ziet hier — betoogde hij — ziet hier het valsche kleinood, met begeleidende factuur, waarmede men dacht twist en tweedracht te zaaien onder de Amerikanen. Deze toeleg is van nu af mislukt. Wij hebben thans de Unie van het Noorden en het Zuiden. Gij bezit de onmetelijke wouden, den rijkdom der mineralen, aan ons behoort het goud en de nijverheid. Heden bestaan er geen

Zuidelijken, geen Noordelijken meer

allen zijn we burgers van hetzelfde vaderland Hip! Hip! Hoera! voor Amerika

en de Amerikanen!

In weerwil van deze opgeschroefde beeldspraak bleef de vergadering koud, hoorde zij onder somber zwijgen de woorden des redenaars aan, want niemand onder de aanwezige Celto-Latijners ontveinsde het zich, dat zij door Angel-Saksische diplomatie om den tuin waren geleid.

Nu zou men alle hoop op een algemeenen

Sluiten