Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij sporen lijnrecht naar Den Haag,

Die stad mag Pieternel zoo graag.

Zij gaan naar 't Scheveningsche strand

En rollen daar in 't mulle zand.

Zij storten zich in 't zilte nat,

O hoe verfrisschend is zoo'n bad!

Een golf spoelt over Nella's kop; Een andre tilt heer Dikkie op En werpt hem weg met luid gebral, Vangt hem weer op als ware 't een bal; Piet Prikkie zwemt heel rap en gauw Eh duikt gelijk een kabeljauw.

En speelman drijft een heel eind ver

Gezeten op een monsterster,

Zij gieren 't uit van jool en pret,

Hoe jammer is het, dat nu net

Een ruwe stormwind waaien gaat,

Die ze alle vier naar 't Noorden slaat.

Sluiten