Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Muskieten gonsen in het rond, 't Krioelt van mieren op den grond, Van scorpioehen, groot en klein, Van tarantellas, vol venijn, En pad en slang en adderbroed Men schier bij eiken boom ontmoet.

Tot overmaat nog van verdriet Gaat in dit bosch het rijden niet. 't Woud is te dicht begroeid, te zwaar, Daarom verlaat men d'auto maar. Nauw is 't gezelschap uitgestapt Of speelman op een adder trapt,

Het dier verweert zich en bijt vlug Een boggel-buil op speelman's rug. Dik, die 4er hulpe is gesneld, Wordt door een reuzen-wesp gekweld. Die prikt hem vinnig in den buik En vliegt dan henen met zijn pruik.

Sluiten