Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wilden deden hun te goed, Zij brachten spijs in overvloed: De vinnen van een moddervisch, Heel fijn gekauwde hagedis, En''gaven dan als drank aan elk Een'kalebas vol apenmelk.

Zij zetten als een goden-dos

Op Dikkie's bol een vederbos,

Om Nella's hoofd eenbloemkrans, schoon,

Op speelman's kruin een padden-kroon

En Piet kreeg op zijn lichaamstop

Een pasgeschoten bokke-kop.

Doch èèr en spijs en drank en tooi Was voor de wilden wel heel mooi, Maar voor ons reisgezelschap niet. 't Besloot daarom op Raad van Piet, Zoo spoedig doenlijk daar vari daan, Het kost' wat 't koste moog', te gaan.

3

Sluiten