Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zij sprak hem toe: „O blanke vrind, Mijn harte jou zoo vurig mint." En Piet, met dit geval verblijd, Zei: „'k Heb je lief voor eeuwigheid, Maar doe mij nu een groot plezier En haal mij uit dit kotje hier."

Zij ging nu naar den zieken vorst En vleide 't hoofdje aan zijne borst En sprak: „He pa, wat is u naar, Maar 'k weet voor u een toovenaar, Dien blanke, die in. 't mesthok staat, Hij, durf ik wedden, schaft wel raad."

„Goed," sprak de koning, „breng hem hier, Geneest hij mij in vijf kwartier, Dan wordt hij niet door ons geslacht Ofschoon hij blijft in onze macht." Het meisje snelt naar Petrus, vlug, En keert met hem bij pa terug.

Sluiten