Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De wilden werpen zich als zot Op d' auto die totaal kapot Was neergekomen op den grond, Waar geen van hen een spoor zelfs vond Van 't vluchtend paar. Toen dachten zij: „O wee, dat is vast tooverij!"

Zij werden bang en renden vlug Weer naar 't geboorte-dorp terug, Tot groot plezier van 't meisje en Piet. Maar weldra kregen die Verdriet? „Hier in de lucht, hoe komen wij Straks aan wat eten?" dachten zij.

„En gaat het regenen, meteen Ach! rollen wij dan naar beneên." Hij keek bezorgd zijn hartlief aan, Zij pinkte uit ',t linkeroog een traan Maar geen van beiden gaf een kik ... Daar dreunt op eens een tik, tik, tik.

Sluiten