Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toen werd het stil. „Ben ik niet mal Dan geldt dit vast een overval," Roept Piet, „Kon ik maar hier van daan En naar 't bedreigde fort toe gaan! Maar ach!" en Piet schreit nu geducht, „Gevangen zitten we in de lucht."

En Otama huilt met hem mee, Zoodat zij huilen alle twee. Doch nauw rust even 't schrei-moe oog, Of 't ziet wat komen van omhoog, Een valk, een gier, een adelaar? Neen, neen! Een luchtschip is 't, zoowaar!

Nu roepen zij uit alle macht En zwaaien doek en pet met kracht En turen scherp. Ja, op het schip Gaat heen en weer een witte slip En 't wendt den steven naar hun kant, Hoezee! Nu zijn zij uit den brand

Sluiten