Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De kapitein een dierenvrind, Was dad'lijk tot die hulp gezind. Hij wendde 't schip en 't ging nu vlug Naar 't menscheneters-dorp terug. Een grauwe rook, een rosse gloed Kwam hun vandaar reeds tegemoet

Zij zeilden ijlings naderbij

En toen ... Wat schouwspel zagen zij!

Op 't marktplein brandt een groote vlam,

Daarbij zit vorst Majotobam

En duizend wilden, in het rond,

Die hurken zingend op den grond.

Dan komt zoowat een man of zes Met braadspit, touwen, bijl en mes, Dan Dik, ontkleed tot op het hemd En Nella, die in tranen zwemt. Men grijpt Dik vast en dad'lijk zit Hij stijf gebonden aan het spit.

Sluiten